30.7.05

enige info over mijn mobiele telefoon

[1] Ik maakte net 17 foto's van het schermpje van mijn gsm.

[2] Lief vindt dat ik een nieuwe gsm nodig heb; ik heb hem al sinds 2000 en de volledig opgeladen batterij houdt het in gesprek exact twee minuten uit. Als iemand mij thuis opbelt, wandel ik met mijn gsm naar het stopcontact waar de lader standaard ingeplugd zit, ik verbind alles met elkaar en ga dan op de grond zitten bellen. Als iemand mij elders opbelt, spreken we kort.

[3] In mijn telefoon zit stof. Je ziet het zitten door het schermpje. Het zouden grotendeels huidschilfers kunnen zijn. Waarschijnlijk is er ook oorsmeer. Twee haren zijn er, dat staat vast. En Karel, Karel is er ook.

[4] Gisteren vond ik nog een nieuw huisdier. Toen ik een sms lezen wou, zag ik achter het schermpje van mijn gsm een klein wit-beige beestje rondmarcheren, Karel. Het liep de randjes af, tegen de klok in. En zal ik u wat vertellen, het doet het nog steeds. Was het 2009, dan was mijn gsm hip; dan had heel porgressief Japan een tamagochi-sims-terrarium voor kerels als Karel in zijn telefoon. Maar het is vandaag, helaas, en dus is Karel ook voor mij een aanwijzing dat ik een nieuwe telefoon nodig heb.

[5] Misschien word ik high-tech afgeluisterd door de CIA.

[6] Hieronder mijn mooiste foto van Karel.En eentje van een naamloze fruitvlieg. Op een koordje.


29.7.05

Pierre Michon: 'Roemloze levens'

Na De hengelaars van Castelneau vorige maand, las ik net mijn tweede Pierre Michon: Roemloze levens. Die twee lijken wat op elkaar, stilistisch en inhoudelijk, en dat mag want ze zijn goed.

Ook in Roemloze levens schrijft Michon over kleine mensen onder kastanjebomen. Op bombastisch bloemrijke wijze en met lange wijdlopende zinnen, vol toevoegende tussenzinnen, zwelgend in puntkomma's, vertelt hij hoe het enkele onbeduidende mensen (u of ik of zelfs nog kleiner) vergaan is of zou kunnen zijn. De mensen zijn dan wel nietig, de sferen zijn groots, maar ook dat op kleine wijze en donkerbruin; dierlijk en koel en bemost vochtig. Het is geen boerenroman, maar je hoofd vult zich toch met vruchtbare humus en geploegde akkers, dampend in de ochtendmist.

Net als in De hengelaars van Castelneau lijdt het tweede deel van het boek wel onder de onnoemelijke kracht van de eerste helft. Eenmaal halfweg wordt de tekst zwakker. Hoe dat bij de hengelaars kwam, ben ik ondertussen vergeten, maar hier zit de ik-kan-niet-tot-schrijven- komen-en-drink-en-slik-te-veel-verhaallijn er voor heel wat tussen. Michon boeit mij vooral wanneer hij over anderen of over zichzelf als kind schrijft, minder wanneer hij zijn volwassen falen als schrijver verwoordt. De zelfrelativering helpt er niet bij.

Extra aanbeveling: wie echt wil, kan in Roemloze levens bliksem terugvinden. [En dat niet toevallig in de eerste helft, in het laatste echt geweldige hoofdstuk, dat over de broers Bakroot.] Amen.

Toch was de kleine niet onaangedaan, ik zag zijn dikke kin trillen; dezelfde regen of dezelfde tranen stroomden over hen beiden; en boven hun twee gezichten, die tegen de ruwe schaduw het onderspit dolven maar soms in een flits dezelfde krijttint vertoonden, woelde de wind twee eendere rattekoppen los. Alle twee de jongens leden onder dat spiegelspel. Ze leken op elkaar als broers. (p 85)
Pierre Michon Roemloze levens. Amsterdam: G.A. van Oorschot, 2001.

27.7.05

Ze gaan te ver! De schoften baden in mijn Kasteelbier! [Was ik haatdragend, ik nam een kikker.]

[En natuurlijk is hier geen fruitvlieg meer te zien. Stel je voor; eerst foto's nemen en dan de drank redden. Ik ben geen paparazzo, blond Kasteelbier is geen Lady Di.]

Sinds drie dagen hebben we gasten in huis: een kolonie fruitvliegen. [Wie zijn ze? Wat doen ze? Wat drijft hen?]

25.7.05

Tour 2005

En de witte trui met de lichtgroene kroontjes voor de mooiste neologismen gaat naar Ludo Dierckxsens. Proficiat Ludo, je hebt hem dik en dun verdiend!

24.7.05

['Sneller, meisjes, sneller!' En ze sloegen ons op onze billen. Wij zakten bijna door onze spillebeentjes. Onze natte jurkjes plakten tegen onze dunne lijfjes. Maar we moesten verder. De bliksem verlichtte de hemel en de donder rommelde als de buik van de reus. (uit: Gerda Dendooven Soepkinders. Amsterdam/Antwerpen: Querido, 2005. p 16.)]

17.7.05

Een groet uit Parijs voor elk van u. [Alweer vakantie?] Ja. Alweer. [Mooi is dat.] Dat klopt; zeer mooi is dat.

15.7.05

[Het bliksemt, schichtige s in de hemel. Meteen volgt hard regengetik, ik sluit het raam, kleine letters o die akoestisch op het vensterglas verschijnen. Op de straat spatten de letters uiteen, de letters PLATSJ als in een stripverhaal. Morsig, weldadig vullen de letters de barsten in de grond, de riolen van de stad drinken het water en daar verschijnen de letters PLATSJ en PRESQUE FINI en EINDE. We moeten deze wereld lezen. (uit: Koen Peeters Het is niet ernstig, mon amour. Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 1996. p 186.)]

14.7.05

[efvtfkåtkt] [14 juli 2005]

Je hebt het fotoproject Ett foto i timmen (in het kort ook wel EFIT). Het concept is simpel: op een afgesproken dag maak je elk uur een foto, en die zet je dan op je website:

Ett foto i timmen handlar om att, precis som det heter, ta ett foto i timmen. Det gör vi under en speciell dag. Sedan lägger Du ut fotona på Din hemsida och så kan Du kika runt på andras hemsidor och se vad de gjort under dagen.
Gelijktijdigheid, leuk. Maar 24 foto's op een dag (want als ik het doe, wil ik het goed doen) haal ik nooit. Daarom ontstond vanochtend het fotoproject Ett foto varannan timme (EFVT); om het uur dus. Later, rond een uur of 6, toen bleek dat ik sinds 2 uur geen foto's meer genomen had, werd het Ett foto varannan timme från klockan åtta till klockan tre (EFVTFKÅTKT). Dat maakt een viertal foto's per EFVTFKÅTKT-dag.

Het resultaat voor vandaag, 14 juli:

8.00u: een tas wordt volgeladen.

10.00u: gebouw F wordt gelokaliseerd.

12.00u: was wordt opgevouwen.

14.00u: een filter wordt ontstoft.

Nu moeten we enkel wachten op gemotiveerde mensen die het concept via een mooie website en slimme online-marketing willen verspreiden onder een grote internetgemeenschap. Voor de gelijktijdigheid, weet u wel. [Geduld is een schone deugd.] [Volgende EFVTFKÅTKT-dag is zaterdag 13 augustus.]

12.7.05

het nieuw realisme

Stichtte ik vanmiddag een café, het heette Het nieuw realisme. Het zou er rustig zijn en zeer interessant. Er zou iets gebeuren met twee schrijfmachines, fotokopies en wasco's. Dansen zouden we er niet doen, tenzij er mooie dames in de zaak zouden zijn, dat spreekt. Maar die zouden er natuurlijk voortdurend zijn, dat spreekt evenzeer. Fuck.

6.7.05

Er wordt weer meer gerookt in ons taalgebied; ik zie het, ik ruik het. Maar er wordt ook weer behoorlijk goed gelezen op de trein. Vanochtend nog, recht tegenover mij in de vierzit - ik kon haar aanraken maar bleef discreet - een dame met Life of Pi van Yann Martel. En daarnaast een dame met The curious incident of the dog in the night-time van Mark Haddon. Tegen de eerste dame wou ik zeggen: er spelen okapi's in mijn boek. Tegen de tweede dame wou ik zeggen: er spelen okapi's in mijn boek. Want [ik lees Conversaties met K van Koen Peeters]: er spelen okapi's in mijn boek. Okapi's! En ook filatelisten, Carl Linnaeus en het Afrikaans museum in Tervuren! Hoezee.
Zo. Nu kan ik op vakantie. Vijf dagen, oké?

4.7.05

een bescheiden bliksemarchief

Sinds 14 juni 2005 let ik tijdens het lezen op passages met bliksem erin. Minstens 107 titels wil ik hier verzamelen. Het is wat, ik weet het.

K. Abdolah: Het huis van de moskee
K. Abdolah: De boodschapper
K. Abdolah: De Koran
T. Ajtmatov: Dzjamilja
A. Alberts: De honden jagen niet meer
A. Alberts: De eilanden
A. Alberts: In en uit het paradijs getild
A. Alberts: Maar geel en glanzend blijft het goud
A. Alberts: Aan Frankrijk uitgeleend
A. Alberts: Haast hebben in september
A. Alberts: De vergaderzaal
A. Alberts: Inleiding tot de kennis van de ambtenaar
A. Alberts: Twee jaargetijden minder
N. Ammaniti: Ik haal je op, ik neem je mee
Armando: Soms
P. Aspe: De zevende kamer
P. Aspe: Het Dreyse incident
S. Audeguy: De wolkenbibliotheek
P. Auster: City of Glass
A. Baillon: Een doodeenvoudig man
Baldakijn Boeken: De plicht roept
H. Barbusse: De hel
N. Barker: Darkmans
K. Bayer: Het zesde zintuig. een roman
S. Beckett: Murphy
E. Beerten: Allemaal willen we de hemel
T. Blacklaws: Jongen uit de Karoo
R. Bolaño: De wilde detectives
R. Bolaño: 2666
L.P. Boon: Mijn kleine oorlog
L.P. Boon: Vergeten straat
L.P. Boon: De liefde van Annie Mols
L.P. Boon: Als het onkruid bloeit
L.P. Boon: Maagpijn
L.P. Boon: Zomer te Ter-Muren
F. Bordewijk: De zigeuners
F. Bordewijk: Tijding van ver
P. Bourgeade: Het boekenparadijs
J. Boussauw: Vogels in volksgeloof, magie en mythologie
R. Bradbury: Farenheit 451
W. Brakman: De sloop der dingen
S. Brijs: De engelenmaker
G. Brooks: People of the book
J. Brouwers: Datumloze dagen
J. Brouwers: Joris Ockeloen en het wachten
J. Brouwers: De zondvloed
J. Brouwers: Winterlicht
R. Brulez: Sheherazade, of literatuur als losprijs
B. Bryson: A Short History of Everything
A. Burgess: A Clockwork Orange
C. Buysse: Het recht van de sterkste
D. Buzzati: De woestijn van de Tartaren
L. Byron: De last van de wereld
R. Campert: Nacht op de kale dwerg
R. Campert: Het leven is vurrukkulluk
R. Campert: Het gangstermeisje
R. Campert: Als in een droom
R. Campert: Hoe ik mijn verjaardag vierde
R. Campert: Waar is Remco Campert?
R. Campert: Over mijn vader
R. Campert: Een mooie jonge vriendin en andere belevenissen
R. Campert: Somberman's actie
L. Caroll: De avonturen van Alice in Wonderland & Achter de Spiegel en wat Alice daar aantrof
R. Carver: Will you please be quiet, please
A. Ceelen: Aan mijn vrouw
A. Ceelen: Door de liefde toegetakeld
B. Chatwin: In Patagonië
B. Chatwin: De gezongen aarde
R. Chirbes: Het schot van de jager
L.S. Christensen: De entertainer
L.S. Christensen: De halfbroer
J.M. Coetzee: Disgrace
Colette: Chéri
J. Conrad: Hart der duisternis
J. Cortázar & C. Dunlop: De autonauten van de kosmosnelweg
S. Dagerman: Het verbrande kind
R. Dahl: De GVR
F. De Azua: De geschiedenis van een idioot door hemzelf verteld, of De inhoud van het geluk
H.G. De Cock: De kleine neurasthenicus
S. De Coster: Held
L. De Haes: Tussen wolk en wak
P. De Jong: Lange dagen
O. De Jong: De wonderen van de heilbot
H. De Jonghe: Koppenbergblues
G. Dendooven: Soepkinders
R. De Nooy: Zes beetwonden en een tetanusprik
B. Den Uyl: Donker Spanje
I. De Ridder: Fine. Levenslang met Elsschot
B. Dhooge: Sus Octopus
A. de Routisie (pseud. van Louis Aragon): Irène
N. Dickner: Nikolski
G. Didelez & Joke de Vloed: Zwanenzang
H. Dorrestijn: De donkere kamer van Dorrestijn
H. Dorrestijn: Dorrestijns vogelgids
F.M. Dostojewski: Misdaad en straf
F.M. Dostojevski: Herinneringen uit het ondergrondse
P. Drehmanns: Altijd maar begraven
P. Drehmanns: Erfsmet
E. Dujardin: En de sleutel is gebroken
P. Duncker: Hallucinating Foucault
M. Ebbertz: Het kleine mannetje Jaromir
D. Eggers: Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit
W. Elsschot: Villa Des Roses
W. Elsschot: Lijmen
W. Elsschot: Het been
W. Elsschot: Tsjip
W. Elsschot: Het tankschip
G. Flaubert: Bouvard en Pécuchet
J. Franzen: De correcties
G. García Márquez: Honderd jaar eenzaamheid
J. Geeraerts: Tien brieven rondom liefde en dood
K. Glastra van Loon: De onzichtbaren
K. Glastra van Loon: De passievrucht
S. Goeminne: Ik was een steen
S. Goeminne: Het fantastische verhaal van Ferre en Frie
N. Gogol: Dagboek van een gek
L. Graff: Gelukkige dagen
G. Grass: De blikken trommel
J. Green: Paper towns
A. Grunberg: Kamermeisjes & soldaten
H.S. Haasse: Oeroeg
M. Haddon: Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht
K. Hamsun: De koningin van Sheba en andere verhalen
P. Handke: Brieven en dagboeken
F. Handtpoorter: Als een kommerloze hond
S. Hartnett: Het tunnelkind
A. Hemon: The Lazarus Project
M. Heymans: Diep in het bos van Nergena
E. Hilsenrath: Nacht
E. Hilsenrath: De nazi en de kapper
E. Hilsenrath: De thuiskomst van Jossel Wassermann
W. Hofman: Het vlot
W. Hofman: Wim
W. Hofman: Van Aap tot Zip
J. Hogg: Bekentenissen van een gerechtvaardigd zondaar
D. Hooijer: Bosgrond en peredrups
B. Hrabal: Harlekijntjes miljoenen
B. Hrabal: Praagse ironie
G. Janssens: De grap
T. Jeal: Stanley. The impossible life of Africa's greatest explorer
P.C. Jersild: De ondas kloster
J.R. Jimenez: Platero en ik
M. Johns: Serious drawings
L. Jones: Meneer Pip
A. Jongstra: De tegenhanger
A. Jongstra: De avonturen van Henry II Fix
J. Joyce: Finnegans wake
M. July: No one belongs here more than you
F. Kafka: De gedaanteverwisseling
F. Kafka: Het proces
D. Kehlmann: Het meten van de wereld
D. Kehlmann: Roem
J. Kessel: Dagvlinder
J.H. Khemiri: Ett öga rött
J.H. Khemiri: Montecore. En unik tiger
O.L. Kirkegaard: Otto is een neushoorn
M. Kolmisoppi: Bryssel
G. Komrij: Villa Pouca
W. Kotzwinkle: The Bear Went Over The Mountain
B. Kouba: Vuur
J. Krakauer: De ijle lucht in
M. Krleza: De terugkeer van Filip Latinovicz
R. Kromhout: Igor, beer in nood
A. Kruijsen: Het lied van heer Halewijn
G. Kuijer: Hoe word ik gelukkig?
A. Kurzweil: Bibliotheek van de misleiding
S. Lenaerts: Zeewater is zout, zeggen ze
J.T. LeRoy: Sarah
P. Levi: Het periodiek systeem
P. Levi: Het respijt
B. Lindelauf: Negen open armen
A. Lindgren: Vi på Saltkråkan
A. Lindgren: De kinderen van Bolderburen
A. Lindgren: De gebroeders Leeuwenhart
A. Lindgren: Nya hyss av Emil i Lönneberga
T. Lindgren: Dorés bibel
T. Lindgren: Till sanningens lov
T. Lindgren: Norrlands akvavit
J. Littell: De welwillenden
J. Llamazares: De gele regen
E. Loe: Naïef. Super.
E. Loe: Doppler
J. Long: Het Jeruzalem-virus
A. Lubach: Bastaardsuiker
R. MacFarlane: De laatste wildernis
D. Machado: De muizen
M. Magnani: Branko
Y. Martel: Life of Pi
R. Martin du Gard: Luitenant-kolonel de Maumort
F. Masereel: Geschichte ohne Worte
C. McCarthy: De weg
I. McEwan: Black dogs
V. Meijer: Miskend talent
P. Mennes: Kamermuziek
H. Michaelis: Onvoorzien
P. Michon: Roemloze levens
S. Millhauser: Dressler, een Amerikaanse dromer
D. Mitchell: Black Swan Green
C. Miyamoto & D. Vochelle: Le petit monde de Miki
K. Moeliker: De eendenman
W. Moers: De stad van de dromende boeken
W. Moers: Rumo & de wonderen in het donker
U. Moore: Het geheim van Villa Argo
M. Morazzoni: De zaak Courrier
C. Morley: The haunted bookshop
A. Morriën: Mooi zijn je haren
E. Mortier: Godenslaap
H. Mulisch: Het mirakel
H. Mulisch: Twee vrouwen
H. Murakami: Spoetnikliefde
I. Murdoch: A Fairly Honourable Defeat
R. Musil: De man zonder eigenschappen
Nescio: Boven het dal en andere verhalen
S. Niffoi: De legende van Redenta Tiria
L. Nolens: Schok
L. Nolens: Een dichter in Antwerpen en andere gedichten
L. Nolens: Bres
J. Nys: Het wonderdrankje
J. Nys: De jacht op een voetbal
J. Nys: Geheime opdracht
J. Nys: Wie zoekt, die vindt
B. Ohlsson: Gregorius
J. Oljesja: Afgunst
M. Ollivier: Wist je dat mijn broer breekbaar is?
A. Oz: Een verhaal van liefde en duisternis
C. Palahniuk: Stikken
C. Palahniuk: Snuff
O. Pamuk: Ik heet Karmozijn
M. Parr: De wonderlijke lotgevallen van Olle en Lena
A. Pauls: De geschiedenis van het huilen
E. Peeters: De ontelbaren
K. Peeters: De postbode
K. Peeters: Acacialaan
K. Peeters: Het is niet ernstig, mon amour
K. Peeters: Mijnheer Sjamaan
K. Peeters & K. Vanhole: Bellevue / Schoonzicht
K. Peeters: Fijne motoriek
K. Peeters: Grote Europese roman
D. Pennac: In een adem uit ...: het geheim van het lezen
F. Pessoa: Het boek der rusteloosheid
Y. Petry: De achterblijver
P. Petterson: Paarden stelen
I.L. Pfeijffer: Het grote baggerboek
I.L. Pfeijffer & G. Bogatishcheva: De filosofie van de heuvel
L. Pirandello: Ieder zijn beurt
M. Pirsig: Zen en de kunst van het motoronderhoud
L. Pleysier: De Latino's
M. Pons: De seizoenen
A. Proulx: Accordeonmisdaden
T. Pynchon: De regenboog der zwaartekracht
R. Queneau: Dagboek van Sally
R. Queneau: Een barre winter
E.M. Remarque: Van het westelijk front geen nieuws
D. Remmerts de Vries: Circus Pingies
G. Reve: Wolf
M. Reynebeau: Struikelend door het leven
J. Richter: De zomer van de snoek
C. Riddell: Louize en de listige kat
J. Roth: Radetzkymars
J.K. Rowling: Harry Potter en de relieken van de dood
L. Sachar: Gaten
G. Sahlberg: Aan het einde der tijden
J.D. Salinger: Negen verhalen
J. Saramago: Het verzuim van de dood
T. Schildkamp: Tussen hemel en aarde
A.M.G. Schmidt: Ibbeltje
R.H. Schoemans: H.M. Stanley
W. Schuyesmans: De winter van de Belgica
W.G. Sebald: Melancholische dwaalwegen
W.G. Sebald: Austerlitz
Seth: Ventilatoren
W. Shakespeare: MacBeth
I. Sinha: De mensen van beest
B. Sliggers: Dino's en draken. Fossielen in mythen en volksgeloof
H. Söderberg: Doktor Glas
D. Solstad: T. Singer
G. Soucy: Het meisje dat te veel van lucifers hield
A. Stasiuk: Galicische vertellingen
A. Steinhöfel: Het midden van de wereld
R.L. Stevenson: St. Ives
A. Strindberg: Corinne
P.O. Sundman: De barre pooltocht
P.O. Sundman: De expeditie
P.O. Sundman: Twee dagen, twee nachten
P.O. Sundman: Trumslagaren
M. Suter: Small World
T. Tellegen: De tekening
N. Tepper: De lijfbard van Knut de Verschrikkelijke
J. Terlouw: Koning van Katoren
P. Terrin: De bewaker
M. 't Hart: De gevaren van joggen
T. Thijssen: Kees de jongen
A. Tock: Een huis voor Martijn Bloemenstijn
L. Tolstoj: Jongensjaren
J.-P. Toussaint: De badkamer
J.-P. Toussaint: De televisie
J.-P. Toussaint: Vluchten
G. Tunström: Tjuven
M. Twain: De avonturen van Huckleberry Finn
E. Van België: Leopold III fotograaf
H. Van Daele: De Omgekeerde Dendermonde
H. Van Daele: Het huis aan de Bargiekaai
W. Van den Broeck: Het beleg van Laken
A.F.Th. Van der Heijden: Het leven uit een dag
A.F.Th. Van der Heijden: Vallende ouders
A.F.Th. Van der Heijden: Weerborstels
A.F.Th.: Het schervengericht
P. Van Gestel: Nikki
H. Van Herrewegen: Aardewerk
K. Vanhole: Een demon in Brussel
K. Vanhole: O Heer, waar zijn uw zijstraten?
P. Van Loon: De griezelbus 0
J. Van Mersbergen: De grasbijter
J. Van Mersbergen: De hemelrat
J. Van Mersbergen: Morgen zijn we in Pamplona
J. Van Mersbergen: Zo begint het
A. Van Schendel: Over boeken
I. Van Strijtem: Storm
K. Verheul: Kleine knieval
D. Verhulst: Problemski hotel
D. Verhulst: Mevrouw Verona daalt de heuvel af
D. Verhulst: Godverdomse dagen op een godverdomse bol
K. Verleyen: De torenkamer
A. Vermeylen: De wandelende jood
S. Veronesi: Kalme chaos
S. Vestdijk: Terug tot Ina Damman
G. Vidal: Kalki
E. Vila-Matas: Bartleby & Co.
J.J. Voskuil: Vuile handen
J.J. Voskuil: Plankton
J.J. Voskuil: Meneer Beerta
D.F. Wallace: Infinite Jest
S. Waters: The Night Watch
E. Waugh: De laatste latinist
D. Weber: Duivendrop
A. Weisman: De wereld zonder ons
E. Weiss: De ooggetuige
G. Wescott: De slechtvalk
F. Westerman: Ararat
K. Wiedemann: Schaduwen
T. Wieringa: Alles over Tristan
T. Wieringa: Joe Speedboot
T. Wieringa: Ik was nooit in Isfahaan
R. Wille: Het beeld
D. Wittenberg: Binnen is het donker, buiten is het licht
J. Wolkers: Horrible tango
V. Woolf: Mrs Dalloway

bliksem in het WNT

zondag blaarmeersendag

Er zwommen futen en kikkers, men verkocht er ijs. Mensen zaten, hingen en zwommen, gooiden met peuken en dronken bier. Mensen fietsten over onverharde paden, een hond zat met zijn leiband vast aan een paal. Ik keek er naar konijnen, futen en kikkers. Ik kocht er ijs. Op de achtergrond zag ik zeven treinen.

1.7.05

August Vermeylen: 'De wandelende jood'

Ik las De wandelende jood (1906) van August Vermeylen. Dat kwam zo: er zat/zit een stigmatum in mijn rechterhand en ik zou een uur of vijf ononderbroken in één en hetzelfde, afgesloten, lokaal doorbrengen. Met die combinatie weet je het natuurlijk wel, dan lees je ofwel De wandelende jood van Vermeylen ofwel Barabbas van Lagerkvist. Zijn mooie gele kaft maakte dat het De wandelende jood werd.

Na een bladzijde of vijf in het boek wist ik gewoon dat ik een proeve tot vitalistisch gedicht moest schrijven die hoofdzakelijk opgebouwd was uit woorden, wendingen en frasen uit De wandelende jood. Dat wist ik. Dat moest. Eergisterennacht voltooide ik een eerste versie. Ziehier. [Bij voorkeur met strenge blik luidop te lezen.]

Stoeit gij snotbengels door honden bebast
en smoust en sjoefelt en doet.

Klabbettert gij wijven in den vriezigen nacht
en sjoefelt en duivelt en doet.

Het poezele wonder van gestamp en gebries
van bronst en zeerdoend genot.
In hoekskens en kantjes bij volders en wevers
't mensdom voor hesp verkocht.

Kokkerult.

Ook Pontius Pilatus - met ronden rug -
hij sjoefelt en duivelt en doet.

Een titel komt later nog. Maar genoeg proeve tot vitalisme nu, het bliksemarchief dient aangevuld:
Hij volgde met den blik een leeuwerik die zingend rees en rees in de lucht, zo hoog dat hij in de stralende ruimte verdween. "Hij zal weldra toch terug naar den grond moeten!" Lachte Ahasverus. Zo vlogen ook zijn gedachten, maar ze waren als blinde vogels die naar het licht stegen, om dan, bebliksemd door eigen wanhoop, draaiend op verbrande vleugels weer in de duisternis neer te tuimelen. (uit: August Vermeylen De wandelende jood. Deurne: Unieboek, 1974. p 66-67.)
August Vermeylen De wandelende jood. Deurne: Unieboek, 1974.