25.7.18

Om 00:18u hoorde ik een witgat over de koer overvliegen. Ik hoorde: tiebie wit-wit-wit. Dat noteerde ik: "tiebie wit-wit-wit". En het uur "00:18u", dat schreef ik er ook bij, er gaat al genoeg verloren.

Een onlangs gestorven nonkel van mijn moeder, dat moest ook nog maar niet verloren gaan, kon een huis binnenkomen en dadelijk roepen: "Ik blijf eten hè."

Tussendoor nog een vogel uit mijn slaap. Visarenden. We keken uit op de speelplaats van een lagere school. Er vlogen visarenden. Ze zaten ook op palen die normaalgezien gebruikt worden voor balspelletjes.

25.6.18

[Lara verwondert zich over het bezoek, Kristin daarentegen is als door de bliksem getroffen, ze zit stokstijf op de keukenstoel en het zweet droogt op haar lijf terwijl Lara met de koffie bezig is, koekjes op tafel zet, zich het hoofd breekt over de reden van het bezoek en een paar keer zegt: Ja, ja, en ook: Hè, hè, naar nieuwtjes vraagt, hoe het met het vee is, hoe de hooioogst was, de staat van de weiden, Asdis geeft antwoord, maar ook niet meer dan dat, en af en toe valt er een stilte, en Lara wiegt met haar bovenlijf nerveus van voor naar achter. (uit: Jón Kalman Stefánsson Zomerlicht, en dan komt de nacht. Ambo/Anthos, 2018. p 125.)]

12.6.18

Afgelopen nacht zag - en hoorde - ik in mijn droom een grote karekiet. Mijn vrouw was er ook bij.

[Tijdens het eten zorgde Barend dat het gapende gat voor mijn vader verborgen bleef door zo min mogelijk zijn tanden te ontbloten, en verder liet hij bliksemsnel een snor staan. (uit: Charlotte Mutsaers Harnas van hansaplast. Das Mag, 2017. p 177.)]

6.6.18

De afgelopen weken, zo blijkt, heb ik een sterke sympathie opgevat voor weegbree. Smalle, ruige, grote. Hertshoorn. Die dingen.

5.6.18

[De eerste bliksemflits is ergens achter de horizon. (uit: Cynan Jones Inham. Koppernik, 2016. p 15.)]

29.5.18

[Het lawaai ontstaat doordat bladeren met de snavel bliksemsnel opgepakt en opzijgegooid worden terwijl één poot als een tuinharkje bijspringt. (uit: Hay Wijnhoven De merel. Atlas-Contact, 2017. p 85.)]

21.5.18

[Hij gooide de resten van het ijswafeltje in het water en glimlachte om het patroon dat nu ontstond: bliksemsnelle aanvalletjes, gevolgd door korte vluchtmanoeuvres, alsof elk zinkend kruimeltje een dieptebom was die eerst onschadelijk gemaakt moest worden. (uit: Martin Michael Driessen De pelikaan. Van Oorschot, 2017. p 23.)]

18.5.18