28.6.06

[1] Voor de tweede keer deze week breng ik een deel van mijn namiddag door in het café aan de Sainctelette. Ik drink en lees en stop voor ik afreken vijf bierviltjes in mijn achterzak; ze zijn klein, rond en van Leffe. Die zal ik beschrijven, helemaal, straks langs het kanaal en later nog in het park.

vijf bierviltjes
[2] Ik zit op de kaai. Naast mij leest een twintiger een pocket; zijn ogen zijn nog smallere pleetjes dan de mijne.

Rechts, dat is de andere kant, delen vier mannen een zak pistachenoten. Twee van hen zijn in pak, de andere twee dragen oranje werkkledij en een fietshelm. Ze leunen tegen de reling en allemaal samen kijken we [3] naar de plezierboot die onder de brug doorkomt. 'Prepensioen,' hoor ik rechts. Volgende week, zo beslis ik, kom ik hier terug en maak ook ik een boottocht.

Vanochtend vergeleek ik Het vlot en Wim van Wim Hofman met iets van Joke van Leeuwen, maar dan harder. Of ze me begrepen, vroeg ik, erg mooi en geestig in woord en beeld maar ook hard. 'Hard? Als South Park?' vroegen ze. Maar dat is het niet. Hard als echt bedoel ik. Als waar.

[4] Luider nog dan de kinderen zijn in het Elisabethpark de parkieten. De eerste keer dat ik ze zag – tegenlicht en nogal ver, je weet hoe dat gaat – noemde ik ze eksters.

Maar toch ook luid zijn de kinderen. Ze tonen elkaar hoe Zidane placht te scoren, hengelen naar ijsjes en nemen kleine broertjes bij de hand. Op minder zonnige dagen zijn waarschijnlijk ook zij hard. Als in Wim Hofman én in South Park. Een Mechelse herder kakt. Eto'o gooit met een tak. De kar van Glaces Italia zoekt een nieuwe plaats en vraagt 80 cent per bol.

[5] Mijn vakantie komt eraan. Dra. Bengt Ohlsson – en ook mijn lief, ja – roept me naar Zweden, misschien naar Stockholm en zijn scheren. Verder zal ik fietsen, banden plakken ook, en kijken naar vergezichten, glooiende landschappen, standbeelden, bruggen, kabels, water met en zonder kaaien. En de krant lezen zal ik, helemaal en elke dag, twee weken lang. En schrijven, natuurlijk, schrijven: één verhaal. Onderwijl zal ik honing eten, vast en vloeibaar en overal doorheen. Mooi zal het zijn.

[extra]

Ze nam me mee naar een grafmonument van witte en zwarte steen met daarop een reliëf van een zeilschip dat duidelijk in de problemen gekomen was. De dikke masten waren als zuurstokken afgebroken. Geknapte touwen kronkelden als spaghettislierten over het dek. Een van de masten lag in het water en een man klampte zich er nog aan vast. De golven waren dik als brooddeeg en sloegen als griezelige handen over het dek en wilden het schip en alles naar beneden trekken. In de lucht hingen dikke wolken die zich geweldig druk maakten. Dat wat het reliëf extra spannend maakte, was de enorme barst die van boven naar beneden de hele voorstelling als een bliksem doorkliefde. Maar dat was natuurlijk niet zo bedoeld, die barst was er pas later ingekomen. (uit: Wim Hofman Het vlot. Van Holkema & Warendorf, 1989. p 77-78)

17.6.06

Er werden sigaren opgestoken en een van de twee vroeg of hij een goede reis had gehad. Ik zou kunnen zeggen, dacht de gezagvoerder, dat de afgelopen reis hen geen bliksem aanging. (uit: A. Alberts De honden jagen niet meer. G.A. van Oorschot, 1979. p 17)

15.6.06

Door de raampjes keek ik uit over de tuin en het woud waarboven de bliksem Hitchcock-elektrisch aderde. (uit: Koen Peeters Acacialaan. Meulenhoff, 2001. p 45)

13.6.06

een dier op mijn tas
hier, een dier op mijn tas
een vliegdier op mijn tas
[Nieuwe dieren op mijn tas, vanmiddag, in het Astridpark in Gent. Het Astridpark met zijn "gedesaffecteerd openbaar toilet".]

David Mitchell: 'Black Swan Green'

klikken hoeft echt niet
Toen het vanochtend nog niet overdreven heet was, bleef ik staan in de Rue de l'Intendant / Opzichterstraat. Ik keek naar de zwaluwen en hoe ze af en aan vlogen en af, opnieuw. Aan.

De nacht ervoor had ik Black Swan Green van David Mitchell uitgelezen [Het lovends dat daar over verteld wordt is waar.] en hoe anders, dacht ik, is Mitchell lezen van Koen Peeters lezen? Hoe anders is dat van kijken naar zwaluwen? En zou ik louter uit het profiel tijdens de vlucht, zonder te letten op omgevingen, biotopen, nesten of geluiden, een gierzwaluw van een huis-, boeren- of oeverzwaluw kunnen onderscheiden? Zou ik dat kunnen? Zou ik dat kunnen?

Black Swan Green is – ook net onder de douche dacht ik er weer over na – zeer de moeite, dat staat vast, ook al zit ik met een probleem bij de portefeuille-verhalen. Ook onder die douche merkte ik dat ik uitslag heb op mijn borst. Ja, en helaas, ook dat staat vast.

If I fell, it was smash through a glass pane and slam on a concrete floor. Unless I got impaled on a tomato cane, like the priest in The Omen who gets spiked by a falling lightning conductor. (p 171-172)

'What happpened there?'
'Thunder, lightning, hailstones, fireballs. Biggest storm in years. (p 222)
David Mitchell Black Swan Green. Sceptre, 2006.

6.6.06

Of ben je gewoon blij me te zien?

man op straat: Is dat uw kous?
hippe vogel op terras: Ja.

-- Zonnestraat Gent [Wat geen New York is.]

Josien keek in de verte. Ze zag alleen maar de donkere lucht met af en toe een bliksemschicht erin. Boze golven zag ze, geen stoomboot. (uit: Wim Hofman Van aap tot Zip. Querido, 2006. p 33)

Denk je niet? De lucht is dan pikzwart als schoensmeer of donkergroen en de bliksem slaat sissend in het water. (uit: Wim Hofman Van aap tot Zip. Querido, 2006. p 82)

Maar boven in de lucht
hing een wolk,
dik van regen, hagel, bliksem...
(uit: Wim Hofman Van aap tot Zip. Querido, 2006. p 170)

Day and night across the planet, every second about a hundred lightning bolts hit the ground. (uit: Bill Bryson A Short History of Everything. Doubleday, 2003. p 229)
En die laatste was een gift van Father Ted.

5.6.06

flickr
flockr
flackr


fluckr
flyckr

1.6.06

Lief is niet thuis en ik moet nog werken. Ik eet pasta voor de pc. Ik vis de brokjes olijf uit de Sacla-saus, klik de Word-vensters weg en bekijk de geschiedenis in onze Firefox. Ik maak een onvolledig lijstje van waar ik vandaag was:

Pieter Jan Kerstens heeft een erg dromerige website. Ik zou er uren naar kunnen staren. Remco Campert heeft een nieuw boek: Het satijnen hart. Ik las een recensie, een interview; nu het boek nog. Ik sta er ook steeds weer van te kijken hoeveel er te vinden is op de dbnl. Bijvoorbeeld: Al die dromen al die jaren – het blijft een heerlijke titel – en dat boek moet nog maar eens uit de bib gehaald, al was het maar voor de gezellige foto's. Nog gezellige foto's, maar dan van Elsschot, staan onder een recensie van zijn nagelaten werk op het Knack-blog. Op Absenter staan – hoera – weer fietsen en heel de Tour van 2006 zit in Google Earth. Ik vergeet natuurlijk de gezellige foto's van David Shrigley niet. En tot slot: Beyoncé, die kwijlt in haar slaap.

Nu drinken, zeg ik tegen mezelf. Ik zit voor de pc met een leeg bord. Ik schenk een glas worldshake in. Het is 1 juni. Ik moet nog werken.