28.2.06

Troy Blacklaws: 'Jongen uit de Karoo'

Een zeer schoon boek las ik afgelopen week. Het heet Jongen uit de Karoo, is het debuut van Troy Blacklaws en is zeer oker.

Oker, de kleur van enkele zeer goede boeken. Aangenaam warm zijn ze. Behaaglijk om in rond te draaien terwijl er toch ook iets onder je huid kruipt dat daar als heet zand schuurt en brandt. Een sfeer als in het begin van Ik ben niet bang of in De zomer van de snoek, als in Keizer Doede of in De blik. Oker is een kwaliteitslabel, jawel.

Jongen uit de Karoo – zei ik al dat het een tip van lief was – is ook oker. Het verhaal speelt in Zuid-Afrika en gaat over Douglas, blond en veertien, en over al wie hem dierbaar is. Dit boek is veel lieflijker, warmer, dan wat ik eerder uit en over Zuid-Afrika las. Mag dit wel, dacht ik er halverwege bij, deze kleurrijke gezelligheid? Blijft hier niet te veel miserie te ver op de achtergrond? De antwoorden zijn respectievelijk ja, dat mag en nee, het is perfect zo. Want het is perfect zo. Laat dit een boekentip zijn.

En er is bliksem. Hemelvuur.

Onweer deelt nooit twee keer dezelfde bliksem uit, zegt Bessie Malan, op haar lippen zuigend. (p 39)

De donder rommelt en het begint hard te regenen. Bliksemschichten steken de lucht boven de Simonsberg in brand. Twee avocadojongens zitten ineengedoken onder een omgekeerde kruiwagen, als een schildpad met twee koppen. Een Xhosa moeder staat met haar kind op haar rug gebonden onder een parasolden en trotseert het hemelvuur om haar warm ingepakte kind droog te houden. (p 51)

Marika danst blootsvoets over de N1 in haar katoenen jurk en proeft met slap hangende tong van de neervallende regen. Hemelvuur flikkert aan een donkere hemel. Ik vind de regen niet zo betoverend, maar Marika is buiten zichzelf van vreugde en danst en stampt met haar voeten op de geteerde weg. (p 155)
Troy Blacklaws Jongen uit de Karoo. Ambo|Anthos, 2005.
[aanvulling]

25.2.06

Mooi is dat. Dan ga je de Omloop Het Volk winnen en dan is aan de start niemand in je geïnteresseerd. Zeer mooi is dat.

Omloop Het Volk (Gilbert)

18.2.06

Ze voelde alleen hoe Sally nu gekweld werd, gemarteld; ze voelde zijn vijandigheid; zijn jaloezie; zijn bedoeling met geweld in hun vriendschap binnen te dringen. Ze zag dit alles zoals je een landschap ziet in een bliksemflits – en Sally (nooit had ze haar zó bewonderd) die onoverwonnen en fier haar weg ging. Ze lachte. Ze liet de oude Joseph haar de namen van de sterren vertellen, dat deed hij graag en heel ernstig. Zij stond daar; ze luisterde. Ze hoorde de namen van de sterren.
'O, hoe afschuwelijk!' zei ze in zichzelf, alsof ze aldoor al had geweten dat iets haar moment van geluk zou verstoren, zou vergallen.
(uit: Virginia Woolf Mrs Dalloway. Vianen: ECI, 2003. p 37.)

17.2.06

Het is nog geen zomer, dat klopt, maar de vogels rond de fietsenstallingen voelen duidelijk al iets komen; er zijn goedkope aardbeien in de jolige supermarkt en volgende week al klopt Van Petegem Devolder in de spurt.

goedkope aardbeien

Happiness is an occasional, summer lightning thing.
(uit: Ian McEwan Black dogs. London: Picador, 1993. p 52.)
[En Boonen rijdt lek – tot twee keer toe – maar wint wel de groepsspurt voor de derde plaats.] [En geuren, die aardbeien. Bedwelmend.]

aangename mensen

SCENE 1. A desert place.
Thunder and lightning. Enter three witches


First Witch
When shall we three meet again
In thunder, lightning, or in rain?

Second Witch
When the hurlyburly's done,
When the battle's lost and won.

Third Witch
That will be ere the set of sun.

First Witch
Where the place?

Second Witch
Upon the heath.

Third Witch
There to meet with Macbeth.

First Witch
I come, Graymalkin!

Second Witch
Paddock calls.

Third Witch
Anon.

ALL
Fair is foul, and foul is fair:
Hover through the fog and filthy air.


Exeunt

(uit: William Shakespeare MacBeth. Act 1, scene 1)
Gekregen in mijn reactiedoos van ene Afra, ongetwijfeld een aangenaam, mooi en jong persoon. Net als Eddy die vorige week de weg wees naar een interview met Peeters op Kunststof en daarbij naar een okapi van Peeters. [Lief over die okapi: "Ik vind dat wel een betere zebra dan uw zebra." U zucht mee, maar toch: ik hou van haar.]

Ook aangenaam, mooi, jong en in de reactiedoos: Jan van Mersbergen: "Over de bliksem: daar zal ik bij mijn volgende boek ook aan denken." Klantenbinding uit de 21e eeuw, dat is het, maar wel aangenaam.

acacialaan

14.2.06

het beste uit 2005-2006

Het was weer 12 februari; eindejaar. Lijstjestijd, ook dat. 127 boeken las ik deze keer en maakt dat dan een trend?

Als dat zo doorgaat, ben ik eind 2009 gestopt met lezen. [Hier zou een smiley kunnen, maar dat zou lelijk zijn (en hier nog één).] Maar geen geklaag nu, wel gewoon het beste van het gelezene:
Kader Abdolah Het huis van de moskee
Louis Paul Boon Mijn kleine oorlog
Louis Paul Boon De Kapellekensbaan
Jonathan Safran Foer Extremely loud and incredibly close
Pieter Gaudesaboos Hoe oma plots verdween
Mark Haddon Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht
Nicole Krauss De geschiedenis van de liefde
Leo Pleysier De trousse
Jutta Richter De zomer van de snoek
Jutta Richter De dag dat ik spinnen leerde temmen
Seth Ventilatoren
Toon Tellegen & Marit Törnqvist Pikkuhenki
Peter Terrin Vrouwen en kinderen eerst
Craig Thompson Carnet de voyage
Bette Westera & Yvonne Jagtenberg Suja, suja kindje
Frank Westerman El Negro en ik
En de beste wensen.

13.2.06

Ik was in Mechelen. Als bij toeval fotografeerde ik deze duiven.

duif a

duif b

7.2.06

en dan nu het weer

De afgelopen dagen kreeg ik heel wat cadeaus. Leuk is dat, zelfs al is Valentijn pas over een week.

Father Ted gaf me twee bliksems:

Nadat hij Fischer met een 25 meter lang koord had gezekerd, overreedde Lopsang zijn vriend niet te springen en toen zette hij hem langzaam in beweging richting Zuidcol. 'Storm is heel erg nu,' gaat Lopsang verder. 'Boem! Boem! Twee keer, als geluid van geweer, grote donder. twee keer slaat bliksem vlak bij mij en Scott in, keihard, doodsbang.' (uit: Jon Krakauer De ijle lucht in. Prometheus, 1998. p 199.)

En daar kwam de volgende, die spleet Kenneth’s perenboom in tweeën, dus ik rende de schuur in en wachtte tot de bliksem een pitttig eindje weg was en ging toen bij Oud Egypte kijken. Hij bewoog niet meer, maar hij was ook niet dood, nog niet. (uit: Annie Proulx Accordeonmisdaden. De Geus, 1996. p 415.)
Ook Cockie vond bliksem: in Het leven van Pi. Twee bladzijden vol (1-2) stuurde ze me. Ik citeer hier de eerste relevante paragraaf. Meer nog: ik citeer hem twee keer, ook een keer uit mijn Engelstalig exemplaar, want – eerlijk is eerlijk – Life of Pi is zowat het beste dat ik de afgelopen vijf jaar las en dat verdient lof. En herhaling. Life of Pi is zowat het beste dat ik de afgelopen vijf jaar las.
Op een keer bliksemde het. De hemel werd zo zwart dat het wel nacht leek. De regen viel met bakken uit de lucht. In de verte hoorde ik onweer. Ik dacht dat het daarbij zou blijven. Maar toen stak er een wind op die de regen alle kanten op blies. Vlak daarop knetterde er een witte splinter naar beneden die het water doorboorde. Het was een eind bij de sloep vandaan maar de gevolgen waren haarscherp te zien. In het water vertakten zich een soort witte wortels; even stond er een schitterende hemelse boom in de zee. Ik had niet gedacht dat zoiets mogelijk was, bliksem die inslaat op zee. De donderslag was ontzagwekkend. De lichtflits was onvoorstelbaar fel. (uit: Yann Martel Het leven van Pi. PCM pockets, 2005. p 234.)

Once there was lightning. The sky was so black, day looked like night. The downpour was heavy. I heard thunder far away. I thought it would stay at that. But a wind came up, throwing the rain this way and that. Right after, a white splinter came crashing down from the sky, puncturing the wather. It was some distance from the lifeboat, but the effect was perfectly visible. The water was shot through with what looked like white roots; briefly, a great celestial tree stood in the ocean. I had never imagined such a thing possible, lightning striking the sea. The clap of thunder was tremendous. The flash of light was incredibly vivid. (uit: Yann Martel Life of Pi. Edinburgh: Canongate, 2002. p 232.)
Een erg goed boek, dat Life of Pi; zowat het beste dat ik de afgelopen vijf jaar las.

En dan was er vorige week natuurlijk ook het cadeau van Koen Peeters [Van Koen Peeters!!!?!] Ja, van Koen Peeters. [Leuk!] Jazeker. Een brief, wat spulletjes en een "schone synoptische tabel [...] om de Wereld beter te begrijpen." Dank aan hem, dank aan alledrie. Dat spreekt.

zeer hartelijk,