7.3.10

[Maar zoals we daar stonden, onder de bliksem, de luid en dichtbij knetterende donder en de roffelende regen, samen in de kou, elkaar een beetje warmte gevend, had ik het gevoel dat ik haar, juist haar over Hanna zou moeten vertellen. (uit: Bernard Schlink De voorlezer. Cossee, 2003. p 70.)]
van Occy

3 opmerkingen:

d.s. zei

straks nog denken dat bliksem een

peren zei

[denken, zei mijn vader vroeger, is voor de paarden]

d.s. zei

Vaders en hun adagia. Zwaar, ergens onderaan.

[Hetzelfde voor moeders' woorden overigens]