14.7.26

['Fuck you, klootzak' zei ze, zo zacht dat hij het niet verstond; ze walgde van de hele mensheid, maar reed toen weer door, al snel weer gelukkig, weer verbonden met het land om haar heen dat haar volkomen betoverde, en ze hoopte dat de door de bliksem getroffen boom boven op die man zou vallen, zodat de wereld er weer eentje beter op werd. (uit: Dave Eggers Helden van de grens. Lebowski Publishers, 2017. p 247.)]

18.5.26

['De Stoorworm?' vroeg Piekevet. 'Wat is nou precies een Stoorworm? Wat een herrie!'
'De Stoorworm... dat is een kolossale zeeslang, een heel gevaarlijke. Schiet dus nu maar op,' zei de koffiepot. 'Pak die tafel. We moeten als de bliksem weg voordat het te laat is...'
(uit: Wim Hofman De Stoorworm. Querido, 1998. p 23.)]

11.5.26

[Sneeuw op een berg is geruststellend op een prentkaart. Tot die sneeuw aanzwelt en dreigt te kapseizen. Plots barst die massa als de bliksem los, een donderwolk gaat schuiven. In haar grimmig spoor neemt ze tienduizenden tonnen sneeuw, ijs, rotsen en geknakte bomen mee. Die puinhoop maakt een bedding van driehonderd meter breed en vijftien meter hoog en kraakt op het dorp Reckingen. (uit: Jan Hertoghs Kind zonder winter. Tzara, 2025. p 292.)]