10.8.06

aba-compositie met romantiek in de Delhaize en een nijlgans in de verte; voorwaar een sterk staaltje multimedia

Het was schrikken toen ik met een winkelwagentje tegen het paaltje naast de supermarktdeur knalde. -Amai, zei een winkeldame met rookpauze. Ik zei amai inderdaad, en wacht maar tot ik binnen ben. -Haha zei de winkeldame met rookpauze. Ze rookte, ik controleerde mijn lichaam op blessures en ging de supermarkt in.

in de verte, een nijlgans
We zagen elkaar opnieuw bij de yoghurt, de winkeldame en ik. Ze stak een hand op, ik knikte.

8.8.06

over gisteren en mijn lekkere billen

een teek uit mijn bil
Bij het ontbijt ontdekte ik een teek in mijn linkerbil. In mijn lekkere linkerbil.
Met de tekentang haalde ik hem eruit, met een aansteker en twee blaadjes toiletpapier stak ik hem in de fik, met een tandenstoker verpulverde ik het verkoolde lijk en 'Kijk,' zei ik tegen de drie elanden in de keuken, 'kijk vooral goed en spread the word: no messing with my linkerbil. With my lekkere linkerbil.'

[Verder wou ik aandacht vragen voor een kistenteller, de man die Landis 100.000 dollar aanbiedt voor een leugendetectortest, en Seona Dancing.]

7.8.06

De arme bliksem kon niets bewijzen, zelfs de melaatse koeriers niet, want die waren er immers nooit geweest. (uit: A. Alberts Maar geel en glanzend blijft het goud. G.A. Van Oorschot, 1981. p 65)

willem elsschotstraat
Het kan: Lijmen/Het been lezen en een dag later bier van Cristal drinken in de Willem Elsschotstraat in Lommel. Het kan. Zeker in de zomer.

Handige bliksems zijn het. (uit: Willem Elsschot Lijmen in het verzameld werk. Amsterdam: Van Kampen en zoon, 1960. p 295)

Wij moeten daar gul en luidruchtig aankomen en dadelijk erkennen "que de tous les rouages économiques, la banque est certes celui qui offre au prodigieux et inépuisable thème du développement national les plus admirables ressources." Want de opvolging van onze "tous", "certes", "inépuisable" en "admirable", slaat in als de bliksem, het doet er niet toe wat je er tussen in last: marmer, cement, papier of maarschalk Foch. (uit: Willem Elsschot Lijmen in het verzameld werk. Amsterdam: Van Kampen en zoon, 1960. p 303)

Zijn plotselinge verschijning trof mij als de bliksem en ik bleef staan, want aan ontkomen viel niet te denken. (uit: Willem Elsschot Lijmen in het verzameld werk. Amsterdam: Van Kampen en zoon, 1960. p 305)

Een jong kereltje, in een stofjas, kwam als de bliksem tussen de bedden doorgeslingerd en vroeg werkelijk, reeds van op een afstand, naar het doel van Boorman's bezoek. (uit: Willem Elsschot Lijmen in het verzameld werk. Amsterdam: Van Kampen en zoon, 1960. p 307)

Zoek daar dan maar eens naar een fabriek, een echte moderne smederij, waar nog gevijld, geboord en gedraaid wordt en waar de beukende voorhamers donder en bliksem in 't leven roepen. (uit: Willem Elsschot Lijmen in het verzameld werk. Amsterdam: Van Kampen en zoon, 1960. p 322)

Zoek daar maar eens een fabriek, een echte moderne smederij, waar nog gevijld, geboord en gedraaid wordt en waar de beukende voorhamers donder en bliksem in 't leven roepen. (uit: Willem Elsschot Lijmen in het verzameld werk. Amsterdam: Van Kampen en zoon, 1960. p 326)

"... dat Lauwereyssen's keukenliften," hervatte ik als de bliksem, "voor generlei verbetering meer vatbaar zijn.["] (uit: Willem Elsschot Lijmen in het verzameld werk. Amsterdam: Van Kampen en zoon, 1960. p 328)

Dan maakt hij zich op als de bliksem en legt het hoofd van de staat iets ter ondertekening voor, geeft een monopolie, keurt iets dadelijk goed, zet een grote mond op, waarschuwt je tijdig en laat een ander stikken in zijn onschuld, apostilleert, postdateert of antidateert, maakt een document zoek of treedt af als dat helpen kan en de inzet de moeite waard is. (uit: Willem Elsschot Het been in het verzameld werk. Amsterdam: Van Kampen en zoon, 1960. p 377)

1.8.06

Per Olof Sundman: 'Twee dagen, twee nachten'

Op 1 september 1971, dat was een woensdag, kocht R in de Standaard in Gent Twee dagen, twee nachten van Per Olof Sundman. Dat kostte hem vermoedelijk dertig frank. De zondagnamiddag daarop, 5 september 1971, las hij het boek uit en noteerde hij enige indrukken op de titelpagina.

Vandaag, 1 augustus 2006, exact een week nadat ik het boek kocht (tweedehands in de Kaft in Gent, 3 boeken voor samen 7 euro) en enkele uren nadat ik het las, probeer ik R's gepriegel te doorgronden. Misschien lijkt het hierop:

[R. de rudere?]
woensdag 1/9/1971
"de Standaard" / Gent
30
gelezen [zonzondagnamiddag] 5 september 1971

Typisch "nouveau roman":
onmogelijk is – door [nelsiktiviteit?] – de objectieve werkelijkheid weer te geven: elk mens is anders en ervaart de realiteit anders. Daarom: koele, koude aanduiding v. uiterlijke, reële gebeurtenissen, zoveel mogelijk die pogen objektief weer te geven en aldus aan de lezer de interpretatie overlaten: [int?] één en ander [zodat?] een stijl welke bijna aan het scenario van een film doet denken en zodat ook de onderkoelde, kille, [oppelklijt abjekte?] benadering ± aanvoelbaar [der biten?] in al hun "eigenaardige" kompaktheid beschreven!
Slechts met inspanning leesbaar, maar interessant. Zelf laat ik voor latere lezers een bladwijzer achter. Het is deze keer een railpass met daarop paginanummers – 148 bijvoorbeeld:
Soms wil je graag weten wat een ander mens denkt of waarover hij nadenkt. Je kunt het natuurlijk vragen.
Misschien krijg je een antwoord. Daarmee weet je niet wat die mens denkt - of waaraan hij denkt.
Je weet slechts wat hij antwoordt. (p 148)
Aansluitend bij R's opmerkingen duikt Sundmans poëtica hier op. Je kan een mens niet kennen. Los zand heerst. Wat Sundman in zijn boeken doet is daarom veeleer tonen dan vertellen. Hij geeft weer, maar laat de interpretatie achterwege. Als in een film, zou R kunnen zeggen. Als met een camera die de uiterlijkheden registreert; handelingen en uitspraken maar niet wat erachter schuilt.

Ook is er p 59 omdat daar staat "koud als de hel" en omdat dat vreemd lijkt, een koude hel met helle-ijs in plaats van hellevuur. Gelooft u mij als ik zeg dat ik gisteren toevallig door een verzamelband van Hjalmar Söderberg bladerde en zag dat ik in Martin Bircks ungdom het volgende aangeduid had?
Föreställningen om helvetet som ett mycket varmt ställe röjer tydligen sitt ursprung från den heta zonen. Om nordbor hade uppfunnit det, skulle det tvärtom vara ett otäckt draghål, en härd för influensa och kronisk snuva. (uit: Hjalmar Söderberg Martin Bircks ungdom & vers & Stockholmskrönikor. Liber/Läsförlaget Svenska Klassiker 1989. p121.)
De man zegt hierboven dat de voorstelling van de hel als hete plaats duidelijk uit warme gebieden stamt. Als de hel in het noorden uitgevonden was, dan zou het een onbehaaglijk tochthol zijn, vol griep en gesnuif.

De derde pagina-aanduiding op mijn railpass houd ik lekker voor mezelf, en de vierde en laatste is 201. Daar staat bliksem.
Het gebeurde in een bliksemsnelle beweging, zo snel dat wij nauwelijks konden reageren. (p 201)

Per Olof Sundman Twee dagen, twee nachten. De Bezige Bij / Meulenhoff (Literair Paspoort), 1968.

30.7.06

Vandaag koers en Ballan was mee dus zorgen zijn er niet. Volgende week is er een criterium in Lommel en nog later een aankomst van de Eneco-tour in Westmalle. Jeuj. Zeer vakantie.

no bliksem no weblog

Als het regent en niemand zich buiten waagt staat hij op zijn eentje tegen een gevel aangedrumd, de handen in de broekzakken, en de natte rand van zijn versleten bolhoed diep over de ogen. Zo loert hij naar de hoge betonnen muur alsof hij verwacht, dat iedere seconde de eerste trein bliksemsnel kan voorbijschieten.(uit: Louis Paul Boon Vergeten straat. Querido, Salamander Klassiek, 1999. p 108)

En dan komt Roza in de straat, niet langs het pakhuis, niet langs de tunnel, maar langs het oude hol op hun koer. Zij hangt met de armen over een kruk, en vanonder het rokje bengelt één been. En nu zijn haar ogen nog donkerder en dieper dan ze ooit waren; het zijn zwarte tunnels waaruit ieder ogenblik een gele trein, als een bliksem, kan te voorschijn springen. (uit: Louis Paul Boon Vergeten straat. Querido, Salamander Klassiek, 1999. p 302)

Jommeke: O, ramp, vader heeft van het wonderdrankje binnengekapt!
Flip: Alles naar de bliksem!
(uit: Jef Nys De belevenissen van Jommeke (nr 22) Het wonderdrankje. Het Volk. strook 54)

26.7.06

We dwalen in ondergoed door het huis, door ons zwart gat.

Er is zelfs geen koers op tv.

25.7.06

Ze hebben waarachtig de kist getimmerd. Nu moet Peereboom er in, maar daar zie ik geen kans toe, ik ben een lamstraal, een schijthuis, ik zie er geen kans toe, maar het moet, die arme bliksem toch, die arme bliksem. (uit: A. Alberts De eilanden. G.A. Van Oorschot, 1952. p 37)

Het regende bommen op Leuven, het donderde en bliksemde, en verdwaasd wakker wordend zag hij de muren ineenstuiken en de daken brandend neerkomen – en wonder genoeg, hij alleen bleef daar levend in zijn hemd zitten bibberen tussen de dode hoeren. (uit: Louis Paul Boon Mijn kleine oorlog Salamanderpocket Querido, 1974. p 35)