18.7.11

[Waarom wil je van een hete bliksem af? (uit: Charles Bukowski Pulp. Vassallucci, 1997. p 57.)]

[In het bos sloeg de bliksem met een scherp, scheurend geluid in een boom en de regen stroomde door. (uit: Remco Campert James Dean en het verdriet. De Bezige Bij, 1972. p 30.)]

[Mijn mededeling aan mijn gesprekspartner kwam niet meer van de grond, overweldigd als ik was door losgemaakte herinneringen die als bliksemstralen door mijn hoofd schoten. (uit: Bob den Uyl Vreemde verschijnselen. Querido, 1978. p 173.)]

[bliksem, Remco en ik waren zaterdagavond weer eens stoned. (uit: Deborah Campert & Barbara van Kooten C'est la vie. Thomas Rap, 2010. p 151.)]

[Hij draagt zomer- en winterhandschoenen omdat hij een vinger kwijtraakte toen hij zich langs de kabel van een bliksemafleider liet glijden om te ontsnappen aan een controle van de Gestapo. (uit: Laurent Binet HhhH. Meulenhoff, 2010. p 193.)]

[Al zou de bliksem op dat ogenblik ingeslagen zijn, al zou er een steen op mijn hoofd zijn gevallen, ik zou het toch hebben gezegd. (uit: I.A. Gontsjarow Oblomow. Rainbow pocket, 1999. p 323.)]

[We hingen rond in het huis, ik zat naast Maximiliaan, een tere, blonde jongen (we zijn allemaal tere, blonde jongens) met lange voortanden wit als bliksem. (uit: Joost de Vries Clausewitz. Prometheus, 2010. p 146.)]

[Was ze als de bliksem zonder donder? (uit: Edgar Hilsenrath Het sprookje van de laatste gedachte. Anthos, 2010. p 176.)]

4.7.11

Een week geleden reed ik met tram 44 van Tervuren naar Montgomery. Achter mij spraken twee dames in een taal met kliks erin.

Interessant, interessant. Maar er is meer: eerder die dag had ik in het museum voor Midden Afrika twee opgezette dodaarsen gezien, zonder water errond, en ook een waterhoen. En een moersleutel.

[Safricas heeft hier gouden tijden gekend, tijden dat Erik met een vliegtuig vol geld terug naar Kinshasa vloog. Zij bouwden de waterkrachtcentrale in Mobaye die Gbado van elektriciteit voorziet, het presidentiƫle paleis in Kawele dat uitgerust is met een bar van malachiet. 'Zeven ton malachiet,' zegt Bove melancholiek, 'de president was er altijd trots op dat aan zijn gasten te kunnen melden.' (uit: Lieve Joris Dans van de luipaard. Meulenhoff, 2001. p 74-75.)]