14.4.12

De kneu, vrienden, heeft een klein roze tongetje. Dat tongetje is iets, vrienden, om heel erg gelukkig van te worden.

12.4.12

[Daar zaten we een coca te drinken, rustig aan tafeltje, mijn vrouw en ik, toen ik achter het raam een felle lichtflits waarnam. 'Het ijllicht,' zei ik zo bij mezelf, zoals het ook mijn opa langgeleden zei, als het onweer nog veraf was en men alleen het verre flitsen van de bliksem opmerken kon. (uit: Louis Paul Boon Dorp in Vlaanderen. Salamander pocket, 1980. p 61.)]

7.4.12

Gisteravond laat, in een droom, zag ik een boomvalk. In het Engels, zo wist ik, zeggen ze a hobby.

1.4.12

[Toen ze wegreden, rende Róza achter hun wagen aan, greep de spiegel en ging er snel als de bliksem mee terug. (uit: Jan Procházka Koets naar Wenen. Wereldbibliotheek, 2011. p 62.)]

20.3.12

en op de achtergrond fluit de tjiftjaf

17.3.12

Een paar nachten geleden zag ik in mijn slaap een middelste bonte specht. Het zachte roze was heel zacht en roze.

25.2.12

[Han satt på sin häst och pekade och pekade, och diamanten på hans pekfinger blixtrade till var gång han dömde någon att dö. (uit: Astrid Lindgren Bröderna Lejonhjärta. Rabén & Sjögren, 1998. p 128.)]

24.2.12

het beste uit 2010-2013

Het was een mooie traditie, elk jaar op 14 februari hier op het perenblog noteren wat de beste boeken waren die ik het dan voorbije jaar gelezen had. Maar vorig jaar deed ik het niet en ook voor dit jaar maak ik me er graag gemakkelijk van af. Eén naam: Detlev van Heest. En ook alvast één naam voor volgend jaar: J.J. Voskuil. Dan hebben we dat ook alvast gehad. Drie jaar boeken in één blogpost, erg efficiënt is dat.

(2009-2010 staat hier)

8.2.12

[Buiten zie ik weer een lichtflits. 'Nee,' zeg ik, 'ik geloof het niet.' (uit: Philip Huff Niemand in de stad. De Bezige Bij, 2011. p 173.)]

6.2.12

Drie nachten geleden zag ik in een droom een groep appelvinken in een struik.