12.10.16

[De eerste avond op Fialta werd een voorlichtingsbijeenkomst genoemd, maar was in feite niet meer dan het opdreunen door een van de twee stagiairs die er het jaar daarvoor ook al waren geweest, Reuben genaamd, van Waar Stadbakken Van Houdt, zijnde, in willekeurige volgorde: ochtenden, afzondering, zwarte koffie, Yeats, orde, zelfredzaamheid, privacy, sketches, musicals, gefilterd licht, drempels, bliksem. 'Piña colada's,' zei het meisje dat naast me zat - Elisabeth - zachtjes. 'Overvallen worden door de regen.' (uit: Rebecca Lee Lynx en andere verhalen. Nijgh & Van Ditmar, 2015. p 156.)]

1.10.16

[Een paar weken later, terug in Brussel. Een optreden van Patti Smith, op het Paleizenplein. Ze zingt 'Because the Night'. Gaat op de rand van het podium staan, maant het publiek aan mee te zingen. Heel even, een flits, is haar knie bloot: die kleine bliksemschicht van Valis staat er nog altijd op. (uit: Stijn Tormans De zomer van 1976. Polis, 2016. p 22.)]

30.9.16

['Praat me er niet van. Ik zit tot hier vol met gedichten.' (Ze wees op haar keel.) 'En wat voor gedichten! Drie uur lang het ene gedicht van Milton na het andere. We hebben gevochten aan het firmament. Bliksemflitsen, bulderend onweer... Ik was blij toen ik vanmiddag naar huis kon. Wat heb jij gedaan?' (uit: Yusuf Atilgan De lanterfanter. Uitgeverij Jurgen Maas, 2016. p 122.)]
[We zeiden nog, hij zal die kleermakers die hem een mep verkocht hebben wel gevonden hebben, hij staat ze nu natuurlijk al vijf dagen af te ranselen.(Idem, maar p 17.)]

20.9.16

[Ze waren veel handelbaarder dan de reigers die ik gewend was te ringen, dieren met een vlijmscherpe bek waar ze al op jonge leeftijd stevig mee kunnen uithalen, op dezelfde manier als ze later bliksemsnel naar een vis in het water stoten. (uit: Dirk Draulans In de putten. Polis, 2016. p 235.)]

19.9.16

Vannacht, in een droom, zag ik in mijn slaap een vogel. Iets. Het was een leuke. Maar wat, wat, wat - wat was het weer?

2.8.16

21.7.16

[Hij tastte in zijn zak en bracht zijn hand bliksemsnel naar zijn mond. Daarna begon hij diep te ademen en wachtte tot hij weer goed was. (uit: L.H. Wiener Bomen die te mooi zijn moeten worden omgezaagd. De Bezige Bij, 1980. p 47.)]

14.7.16

9.7.16

[Ik schrok ervan, ik schrok van wat hij schreef, dat hij echt zijn best gedaan had, terwijl ik alles wat hij in zijn brieven schreef altijd als de hele bliksemse boel omzeilend, misschien zelfs als onecht heb beschouwd. (uit: Gerbrand Bakker Jasper en zijn knecht. De Arbeiderspers (Privé-domein nr 287), 2016. p 288.)]