18.4.18

[De lucht stond daar in lichterlaaie en de meeste vlammen kwamen van een lange, omrasterde pijp die als een vuurspuwende vrouw grote, oranjerode bolbliksems tegen het grijze zwerk toverde. (uit: Lévi Weemoedt De ziekte van Lodesteijn. Penta Pockets (nr9727), 1997-1998. p 121.)]

4.4.18

In de nacht van maandag op dinsdag zag ik in mijn droom een huismus.

Ik wandelde door een park, misschien het Elisabethpark in Ganshoren, en zag rechts naast het pad een huismus. Nee, het waren er twee - ze aten van achtergelaten brood. Ik greep er één met mijn rechterhand en wandelde verder, huismus (vrouwtje) in mijn hand, maar ik zat ermee verveeld dat de vogel luid begon te piepen. Ik zette haar weer neer, rechts van het pad.

Weer wakker, dinsdag, dacht ik terug aan de kuifmakaak die ik eens een huismus zag pakken. En nu, dit tikkend, zie ik de vos voor me die ik vanmiddag zag bij het Galgenweel. Dood was die.

28.3.18

['Ze schijnen er elektriciteit mee op te wekken,' fluisterde Eddie achter zijn hand.
'Is zo'n molen niet om koren te malen?' vroeg ik.
'Als het straks bliksemt zullen we ook elektriciteit hebben,' mompelde Joris, die een sigaret aan het rollen was. (uit: Bart Koubaa De vogels van Europa. Querido, 2014. p 62-63.)]

24.3.18

13.3.18

[Niet een blikseminslag werd het vliegtuig fataal, maar ijsafzetting in het motorblok. (uit: Gerrit Jan Zwier De omweg naar Paaseiland. Atlas Contact, 2016. p 23.)]

5.3.18

[Hier zit ik dan, in de oude mozaïekbrasserie La Strasbourgeoise en ik kijk naar de godin van het recht die wijdbeens boven op het treinstation zit met een blinddoek voor haar ogen en een gebroken bliksemschicht in haar ene en een weegschaal in haar andere hand. (uit: Oddný Eir Land van liefde en ruïnes. De Geus, 2017. p 38.)]

2.3.18

En een roodhalsgans!

Ja, ook een roodhalsgans zag ik, in een droom. Het kan makkelijk een week of twee geleden zijn.

1.3.18

1.2.18

Smienten!

Van de week, of misschien de week ervoor, zag ik in een droom smienten.

5.1.18

Op een woensdagvoormiddag, half december, zag ik in mijn slaap een roodstuitzwaluw.

Ik lag op de zetel te dutten en wandelde in een droom op straat voor mijn ouderlijk huis. Het waaide. Ik was warm gekleed. Tussen de berken en boven het poortje van de ezelenwei vloog een roodstuitzwaluw. Ik probeerde hem te fotograferen met mijn roze toestelletje en was erg verbaasd dat ik hem op beeld kreeg - het was een blauw-oranje veeg. Een ijsvogel, kon je vermoeden, maar ik wist beter: een roodstuitzwaluw.