4.1.12

Berchtesgaden (1953)

[Andere wegen moesten gevonden worden, en als een bliksemstraal schoot me na enige tijd de oplossing te binnen. (uit: Bob den Uyl De bloedende trein. Querido, 1980. p 86.)]

Vanmiddag trotseerde ik regen en wind en reisde ik per trein naar Leuven om daar een koffie te drinken in koffiehuis Onan - de man van het zaad en de rotsen. Even voorbij Mechelen dacht ik een tiental ooievaars op een kluitje bij elkaar gezien te hebben, maar zeker durfde ik er niet van te zijn. Mijn vrouw geloofde het toen ik het haar vertelde, maar ik ben onzeker of ik daar veel mee opschiet. Nee, dat van die ooievaars, dat houd ik verder voor mezelf. Ik had mijn vrouw ook op voorhand gevraagd wat de bedoeling kan zijn van de naam Onan voor een koffiehuis, maar daar kon ze me niet mee helpen.

Onderweg las ik De bloedende trein (1980), een minder geslaagde bundel van Bob den Uyl. Wel erin een toekomstverhaal, spelend in 2080, waarin met Euro's betaald wordt; dat kan visionair genoemd worden. En op p 11 een citaat uit het Algemeen Wereldtijdschrift, op p 86 een bliksem - die hebt u al gelezen.

Maar dus binnengetreden bij Onan. Beheerst bewogen de vrouwen - nee eerder ontspannen - door de kamer, zorgden voor koffie, streelden ons haar en verbrandden de kranten die wij niet lazen. (*) Al voor de schemering kwam er calvados op tafel en werden de kapsels opgestoken. Er werd biefstuk gebakken en die aten we staand aan de toog. Ietwat taai, maar de vrouwen legden een hand op onze schouder en het was niet erg. We gaven ze complimenten over het vlees.

Toen de wind was gaan liggen, de regen gevallen, de treinen weer reden, diepten de vrouwen extra dassen op uit een achterkamertje en kregen we een sigaar voor onderweg toegestopt. We slenterden door de onverlichte straten naar het station en hoorden achter rechtse hoeken paarden briesen. Koffie bij Onan, een aanrader, voorwaar.


(*) Dat is Remco Campert, ik geef dat toe.

Geen opmerkingen: