Posts tonen met het label bb. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bb. Alle posts tonen

20.6.12

Ik merkte dat er in mijn Blogger elf ongepubliceerde oude stukken stonden.  Twee drie vier jaar oud.  Acht van die posts plakte ik hieronder, de drie andere wiste ik.


Ik fietste donderdag langs de steenweg en ik vond dat ik eens binnen moest gaan bij de Seats and Sofas. Ik kwam er neerder.

De Seats and Sofas is een hal vol zetels. Bij de zetels staat, zit, hangt een kluit verkopers. Ze zijn in pak, maar ook weer niet want groot op hun hemd staat "Seats and Sofas". Het meest doen ze denken aan tweedehandse-autoverkopers uit Amerikaanse films. De helft staat opgeblazen maar enthousiast achter de das en wil wel eens employee of the month worden. De andere helft wacht tot hij naar huis mag om die fles gin in de linkse keukenkast te zoeken of was er nog een scheut whisky? De derde helft zit stiekem in een hoek van de hal te roken terwijl de eerste helft bij nader inzien toch ook niet per sé deze maand al employee of the month wil zijn en zich luidruchtig aan het telefoneren zet.

Achter in de hal zijn kantoortjes, ook die zoals je ze je kan voorstellen als je aan tweedehandse-autozaken uit Amerika denkt, en rond dat alles muren beschilderd met taferelen van het Amerika uit onze jongenskoppen: canyons, woestijnen, goudmijnen en een Mount Rushmore. Deze muren zijn wellicht 's winkels grootste troef, creëren het unieke Seats and Sofas-gevoel. Er zijn nog hallen vol zetels en met de geuren van stiekem gerook, maar wie biedt nog een diorama van 360°? Wie heeft buigende zwarte bediendes die je aan de ingang een prijslijst presenteren? Waar kijken oude presidenten je aan, loerend van tussen plastieken varens? Ja, de Seats and Sofas is een topper voor de geïnteresseerde.

Het is een vorm van toerisme, erg democratisch toerisme. Vandaag keerde ik er terug. Het is als kijken naar de koers. Het kost niets, je hoeft je niet speciaal aan te kleden, en je kan er je namiddagen mee verdrijven, foto's nemen mag. Niet dat ik er iets kocht, of dat ik er ooit van mijn vriendin iets zal mogen kopen, maar dat is op de steenweg niet zo belangrijk. Het gaat om de beleving, het op-de-steenweg-zijn.

Amper een kilometer verderop, trouwens, was de Lunch Garden. Daar kwam ik wel al eens. Het is een steenweg-restaurant, een democratisch restaurant. Het was er democratisch druk. Bij een vrouw met gouden voortanden bestelde ik hamrolletjes met witloof en puree. Het was niet lekker.
 
 ------
 
Ik zat vannamiddag een half uur in de Dôme. Ik was er gelukkig. Dat kan.
 
 ------
 
Deze regels uit Wolf zijn erg aardig. De rest is veeleer bedenkelijk.

Mevrouw Sibyl was dagenlang bezig geweest een drank met grote toverkracht te bereiden, die allerlei zieke dieren beter kon maken. Toevallig was zij juist daarmede klaar. Het fornuis gloeide nog na, en Mevrouw Sibyl liet Wolf een grote glazen kolf zien waar de geneeskrachtige drank in stond, die een prachtige paarse kleur had.

‘Dat moet een heel werk geweest zijn,’ zeide Wolf, terwijl hij heel even de nog warme glazen kolf vast mocht houden en tegen het licht houden. Hij vond Mevrouw Sibyl erg knap, en bewonderde haar geduld, om die heilzame drank speciaal voor dieren te maken.
 
 ------

Ik stond tussen twee t-shirts te twijfelen vanmiddag. Ik stond bij het ophangen van de donkere dertig graden te twijfelen welk t-shirt nu eigenlijk mijn favoriete t-shirt is. Dit of dat.

Welk het ook wordt, ik ben een saaie man.
 
 ------

Ik kocht een nieuwe botsbal in het station. Eén van de botsbalautomaten zit nu vol kaugomballen. Er blijft er nog één over. Vanuit de hal vooraan keek ik in de tunnel die onder de sporen door loopt, van 1 tot 12. Er liep niemand door.

[Ook in de Delhaize is de botsbalautomaat hervormd, hervuld. Hij zit nu vol met iets anders; ik geloof dat het hondjes zijn.]

Mijn nieuwe botsbal komt uit China. Ik botste ermee in de stationshal. We zijn een internationaal gezelschap.
 
 ------
 
Ik neem zelden bussen, behalve de afgelopen dagen.

Vorige vrijdag nam ik bus 21 van Station Antwerpen-Berchem naar Wilrijk. Later die dag bus 17 van Wilrijk tot Antwerpen. Op zondag nam ik bus 210 van de Rooseveltplaats in Antwerpen tot in Zandhoven. Op dinsdag reed ik vanaf metrohalte Zwarte Vijvers (Molenbeek) met bus 129 naar Dilbeek en ook weer terug. Op woensdagochtend reed ik met bus 87 (MIVB) van metrohalte Simonis (Koekelberg) in de richting van Basilix. Wat een avontuur.
 
­­­­­­­­­­­
 ------

woensdagavond 21.25u
 
In metrohalte Ribaucourt worden de leuningen van de roltrap gepoetst en ook de vloer en de rode stoeltjes. Ik noteer dat in mijn bruine boekje.
 
 ------
­­­­­­­­­­­­­
 
fietsen in korte broek, dat is pas echt vakantie. En bovendien: korte broeken zijn sneller droog.

16.6.11

Ik had er bijna een heel jaar lang geen enkele gekocht maar dinsdagochtend draaide ik er weer eens een. Op de Pantheonlaan in Koekelberg, 50 cent, en het helemaal waard.

bb

19.7.10

ICA Folkungagatan

24.5.10

Vannacht, in een droom, zag ik acht bonte vliegenvangers. Eén volwassen exemplaar en zeven net uitgevlogen jongen. Ze zaten in een struik langs de weg in de straat waar ik mijn jeugd doorbracht.

Eerder deze week zag ik op een nacht, in een droom, een velduil. Die vloog boven een weiland naast een pad dat niet bestaat in de Bourgoyen in Gent.

En, geen droom: maandagmiddag half één zag ik in het noordstation de chikkenbakvuller. Wie had dat ooit echt durven verwachten?

16.4.09

dat ik in de zoo was, vorige week woensdag

Ja, vorige week woensdag ging ik naar de zoo van Antwerpen. Ik had drie botsballen bij me. De mensen zeggen de zoo is duur, maar ze vergeten dan dat de cinema tegenwoordig ook al acht euro kost en dat je in de zoo nog fatsoenlijk een boek kan lezen.

Ik ben in de zoo. Bij het binnenkomen moet je wegduiken voor het opdringerige duo olifantenpakman – fotograaf. Bah. Ik weet nog dat ik op school, in de kleuterklas, helemaal de andere kant van de speelplaats opzocht, alleen, toen er eens, wellicht rond zes december, een zwarte piet kwam die met de kinderen wou praten en lachen. Olifanten- of pietenman, het is al gelijk, ik loop er liever voor rond, achter restaurant De Flamingo door.

Ik ben in de zoo. Okapi's springen niet. Een volwassen dier en een jong staan buiten. Het volwassen dier houdt haar nek gestrekt naar boven. Soms krult haar tong naar buiten. Blijkbaar, als de wind goed vlaagt, kan ze net niet aan de frisse verse boomblaadjes aan de wiegende takken van de kastanje. Met haar tong probeert ze één en ander te grijpen maar het blijft bij likken, hoogstens likken. Af en toe maakt ze contact met haar jong, dan gaat haar hoofd naar beneden en dat van het jong komt naar boven. Mooi is dat.

Eén van de rustigere plekken is de wintertuin oftewel het regenwoud. Het ruikt er wel naar marginale mens, naar jas die al twee maanden geen verse lucht meer kreeg. Zonder jas in de buurt blijkt die geur draaglijk.
Leuker dan de zoo is natuurlijk de heide. De heide is leuker dan het meeste. Kom, ik mag dat hier luidop zeggen: botsballen zijn brol en bliksem is een lelijk woord, de zoo is soms fijn voor even, maar de heide is leuk. Ach, de heide. Ik weet een heide waar ik roodborsttapuiten kan vinden, dat is wellicht het leukst. Ik was niet op de heide woensdag, nee, ik was in de zoo van Antwerpen. Later die dag bezocht ik nog enige drankgelegenheden in de stad: Caffènation (Hopland), De Kroon (Hopland x Kipdorpvest) en Het Geluk (Theaterplein).

In Caffènation, maar dan niet vorige week woensdag maar op vrijdag 3 april, las ik Jani Kekke en de blauwe dagdromer (Lisa Boersen). Er staat te veel dialoog in het boek maar er zijn twee heel goede redenen om het te lezen: (1) de beginzin en (2) de overgang van pagina 99 naar pagina 100 en 101. Ook op die vrijdag 3 april was ik niet op de heide trouwens, nee, ik was toen in Antwerpen. Ik zat met een boek in Caffènation en bedacht dat ik de zoo nog eens moest bezoeken.

15.4.09

één cadeau, één souvenir
Vorige week woensdag ging ik naar de zoo van Antwerpen. Als opwarmer draaide ik een dierenbotsbal in de dierenbotsbalautomaat bij de sporen 1-2-3 in het Centraal Station. Dat leek me een goed idee. Een mens kan immers niet al zijn geld investeren in boeken, bier en salami.

10.4.09

Maria gaf haar zoon een botsbal
En op de Frankrijklei te Antwerpen schonk Maria haar eerstgeboren zoon een bal. Toen hij de bal op de grond wierp, stuiterde hij weer op. Wonderbaarlijk. Voorwaar: wonderbaarlijk.

6.3.09

Om mijn verjaardag te vieren zou ik gaan wandelen in het bos – dat zat zo al maanden in mijn hoofd – maar omdat ik steeds open sta voor nieuwe ideeën, jazeker, kocht ik twee weken geleden Hoe ik mijn verjaardag vierde van Remco Campert. Het leek me, met zijn mooie blauwe cover, een boek vol creatieve tips.
hoe Remco zijn verjaardag vierde
[Voor mijn sympathieke lezers hier een grotere versie, om de glimlach van Campert goed te kunnen bekijken.]

Op advies van mijn collega A, moederlijk bezorgd over mijn imago op de trein, op de metro, op café, had ik het boek gekaft. Dat kaften bleek geen goed idee; ik voelde me er alleen maar marginaler door, bijna een pervert, met mijn boekje zo stiekem gewikkeld in een beurspagina van De Morgen, lezend in café De Nachtvlucht. Meer mensen dan anders vroegen me wat ik las, drie collega's vonden het zo verdacht dat ze de kaft openprutsten.

Nu het uit is, heb ik de krant er weer afgehaald en ligt het boek in volle glorie op één van de stapels voor het boekenrek. [Ja, tegenwoordig liggen onze boeken op stapels in het huis.] Campert is vooral een goed dichter, heb ik besloten, en zijn verhalenbundels vallen me wel eens tegen, ook deze. Gelukkig is er naast de frisse flap ook een bliksem:

Het bliksemde en de regen plensde neer op de kap van zijn voertuigje. (uit: Remco Campert Hoe ik mijn verjaardag vierde. De Bezige Bij, 1971. p 53.)
Een lelijke zin, we zijn het eens, maar op pagina 97 wel iets moois over een botsbal:
Ik zweet altijd in warenhuizen en ik pik er ook altijd wat weg, laatst op de speelgoedafdeling een bal van een speciaal soort gummi – als je stuitert springt hij zowat tegen het plafond. En ook een keer een meisjesbroekje, heel klein en doorzichtig. Dat was een rare dag.
Ik ben trouwens verjaard. Ja, bedankt, ach. Ik vierde mijn verjaardag met twee wandelingetjes rond een veld.

15.1.09

Daglivs / Stockholm

12.12.08

Er zaten geen andere patiënten in de wachtzaal en misschien was het daardoor dat de muziek me zo luid leek. Het was Thunderstruck van AC/DC. Feestelijk.

De dokter had vettige handen. Een balsem, zei hij, om ze minder ruw te maken. We maakten grapjes, we waren allebei goedgezind. Hij omdat ik de laatste patiënt was, ik omdat de dokter mijn foto's zeer geruststellend had gevonden. We praatten over zijn vrouw en zijn dochter; tja, hoe gaat dat? Hij had mijn gewicht nog nodig ook.

Ik zei: ik haal mijn geld uit mijn zakken, dat scheelt.
Hij: en je gsm, je sleutels.
Ik: en mijn rode botsbal.

Wetenschappelijk is nu vastgesteld: ik weeg 73.4 kg, ik ben 184 cm groot.

20.9.08

Ergens tussen donderdag en vrijdag zijn de chikkenbakken in het station hervuld. Bakken voor botsballen en niets anders zijn er niet meer, maar ik vond wel drie bakken koud gemengd. Is dat voldoende, vroeg ik me af, koud gemengd, botsballen en brol?

Eén van de mengbakken had tot donderdag die twee laatste exemplaren in de hoekjes. Ik vond het aannemelijk dat de vuller die ballen tot in de selectieholtes schudde, duwde, rolde vooraleer de bak weer vol te storten. Ik had gelukkig 50 cent op zak. De rode van linksachter heb ik nu in mijn rechterbroekzak zitten.

[Wellicht haal ik verder niets meer uit die bakken. Daarvoor ben ik te weinig gokker. En brol heb ik genoeg, dat ook.]

[Voor botsballen kan je wel nog naar Berlijn. In de Friedrichstrasse staat een automaat op de stoep met een erg laag tarief: €0.20/stuk.]

[Ik had daarbij willen zijn, bij het hervullen. Ik moet dat proberen, ééns in mijn leven de vuller aan het werk zien, 's nachts, en dan toekijken van op een afstand, van naast een pilaar.]

31.8.08

voor
na

30.8.08

mooie mensen van vroeger

*
Donderdag zag ik de fluiter, de fluiter van vroeger. Niet donderdag donderdag, maar donderdag 21 augustus. Ik hoorde hem komen van bij het kippenkraam en zei tegen mijn lief: wacht, luister. Hij liep met zijn handen op zijn rug, hij floot, het was de fluiter. (18)

*
Vanmiddag was ik bij de groenteman, de groenteman van vroeger. Ik kocht jonge wortelen, peterselie en veldsla. Het was 2 euro 68. Ik haalde al het losse kleingeld en twee botsballen uit mijn linkerbroekzak want, en dat zei ik ook tegen de groenteman, ik had ooit een mooi en praktisch doosje maar dat verloor ik op een terras.

Dan heeft nu iemand anders een mooi en praktisch doosje, zei de groenteman. Ik: zo is dat.

We telden samen 1 euro 94. De rest betaalde ik met proton, de botsballen stak ik weer in mijn zak.

16.8.08

nog twee

14.8.08

veelbelovend

Op de achterflap van Stikken van Chuck Palahniuk (De Geus, 2003):

Na dit boek kan niemand meer op een gewone manier naar een rubberen balletje [...] kijken.

[update 17.08.2008] Ach. Het komt allemaal goed. Men overdrijft, als zo vaak.

30.7.08

vriend B.

Maandagavond zag ik vriend B. weer eens. Normaal woont hij in China, maar maandag was hij in Koekelberg en dronken we samen witbier op het terras van La paradise. Witbier met een schijfje citroen erin. Van vriend B. weet ik zeker dat hij in het veld een roodborsttapuit kan herkennen. Er zijn erg weinig mensen die ik in het echte leven ken van wie ik dat zeker weet.

's Nachts namen we samen de trein naar Gent, de laatste. In station Sint-Pieters kochten we een blauwe botsbal. Die botsbalautomaten, die chikkenbakken, zei ik, zijn van de kerels van die tomaten in blik. Die blauwe blikken. Met die rode tomaten op. Echt waar.

29.7.08

twee botsballen uit China

21.6.08

drie botstballen

17.6.08

Woensdagnamiddag kocht ik in het station een botsbal. Hij was paars met witte vlekken binnen rode randen. Vanavond kocht ik er weer een; volledig paars en veel malser dan al de andere.

Mijn broekzakken worden te klein.

7.6.08

Ik kocht een nieuwe botsbal in het station. Eén van de botsbalautomaten zit nu vol kauwgomballen. Er blijft nog één automaat over. Vanuit de hal vooraan keek ik in de tunnel die onder de sporen door loopt, van 1 tot 12. Er liep niemand door.

[Ook in de Delhaize is de botsbalautomaat hervormd, hervuld. Hij zit nu vol met iets anders; ik geloof dat het hondjes zijn.]

Mijn nieuwe botsbal komt uit China. Ik botste ermee in de stationshal. We zijn een internationaal gezelschap.