10.12.07

Gelukkig is er snooker op tv.

4.12.07

[Eerst stelde ik voor dat we dieren zouden nemen die we in het echt hadden gezien, maar Børre wees me bliksemsnel terecht en zei dat dieren in dierentuinen ook echt zijn. (uit: Erlend Loe Naïef. Super. De Geus: 2006. p 49.)]

Vannacht heb ik voor de eerste keer in mijn leven parallel geparkeerd. Met een auto. In Brussel. Op de Boulevard d'Anvers. In de regen.

1.12.07

[Minda was de eerste die reageerde. Bliksemsnel gooide ze een blik worstjes leeg en vulde dat met zeewater. (uit: Maria Parr De wonderlijke lotgevallen van Olle en Lena. Lannoo, 2007. p 22.)]

30.11.07

[Hij herinnerde zich hoe de jongens de provisiekast van de schipper hadden geplunderd en terugkwamen met slopen vol ingeblikte kreeft, tong, zalm en jam; hoe hij er niet van had kunnen eten vanwege zijn belofte; hoe hij had gehuild toen de schipper de diefstal had ontdekt en hun kerstpudding inhield; hoe de kok hun toch stiekem de pruimenprut had gegeven; hoe hij, toen de kapitein hen betrapte, zijn plak onder zijn hemd had weggestopt en als de weerlicht op de grote ra was geklommen en blaren had gekregen op zijn buik. (uit: Bruce Chatwin In Patagonië. Rainbow Pocket, 1991. p 191-192.)]

28.11.07

26.11.07>>Ik stelde lachend voor: we organiseren een avond. We zitten in zetels en citeren uit ons hoofd uit het werk van L.P. Boon. En na het citeren schrijven we elk onze eigen Boon, met kolen, distels en kasseien, en voor de volhouders een banaan, een pijp.

27.11.07>>Net voorbij Brussel zag ik vanuit de trein twee fazanten.

27.11.07>>Ik spuwde bloed op de herfstbladeren in de berm. Ik vloekte op de tandarts. Ik dacht: ik zou ook in de metro bloed kunnen spuwen, de mensen angst kunnen aanjagen, in Ribaucourt bij de gebruikers kunnen gaan staan.

[Het terrein zelf was doorploegd alsof er net een tankslag had plaatsgegrepen, overal plassen, modder, met onkruid begroeide hopen aarde, bestaande uit een donkergrijze giftige materie die naar gas ruikt, sporen van brede rupsbanden, op een betonnen onderstel was een hoogspanningscabine gebouwd met draden en bliksems en LEVENSGEVAAR erop, drie reusachtige kranen waren reeds gemonteerd, twee ervan traditioneel kanariegeel, de derde, zwaarder en hoger, afschuwelijk blauw met de naam EUROBETON op de zwaaiarm, als hij bewoog of lasten ophaalde of liet zakken, bracht de elektromotor een rauw gekreun voort, een dinosaurus die vreugdekreten uitstoot, links ervan ronkte een Storckwaterpomp en uit een buis in de goot naast het trottoir ejaculeerde een beest onophoudelijk troebel vocht dat een beetje stonk, rechts achterin was een enorme ijzeren hangar opgericht als in het U.S.-legerkamp, hier echter bestemd voor de materialen, een vuilrood reservoir, massief als een watertoren, leverde keien, een ander grint, ze droegen namen in witte letters, alles droeg namen, tegen de omheining lagen bundels betonijzer en op het bouwterrein zelf heerste een drukke bedrijvigheid, mobiele kranen met grijpers groeven funderingssleuven en zware vrachtwagens met tien wielen vervoerden aarde, een bulldozer maakte brullend oneffenheden met de grond gelijk, en overal bewogen de marsmannetjes door elkaar als kevers, de gelen en de roden alnaargelang de kleur van hun veiligheidshelmen, ze gaven geheime tekens door aan elkaar, bogen, wenkten, riepen, knikten, sloegen spijkers in bekistingen, plooiden betonijzer, vlochten geraamten van dik ijzerdraad, keken ophoog naar wat aan de kabel van de hijskraan hing, reden met motorkipwagentjes, waren zich waarschijnlijk niet bewust van de massale marxistische vervreemding, het gevolg van de onpersoonlijke inschakeling in een reusachtig plan, waarbij het hun totaal onverschillig laat, welk werk ze verrichten, het einddoel is onzichtbaar of onbekend, vrouw en kinderen zijn ver weg, de firma die hen betaalt is een ongrijpbaar concern, uit de grond rezen reeds plompe betonnen pijlers met bovenaan ijzeren staven, wachtend op de volgende fase, dit was het mooiste bewijs dat het werk vorderde, hier werd iets groots verwezenlijkt, een hoger doel dreef de arbeiders voort naar de voltooiing van dit titanenwerk, dank zij hun onvermoeibare inspanningen en vakkennis zouden honderden idealistische jongeren in staat gesteld worden zich voor te bereiden op de verheven roeping van het priesterschap, hier zouden de uitverkorenen ongestoord Gods Roepstem volgen, gevormd worden in een sfeer van studie en gebed, om tenslotte bekleed te worden met de macht om de zonden te vergeven, het brood en de wijn te veranderen in geestelijk voedsel en zodoende onsterfelijkheid te waarborgen, angstdroom van ieder bewustzijn, de projectie van zijn grootste gemis en de oorzaak van alle godsdiensten, geen mens kan zich verzoenen met het ontzettende feit dat de dood het einde van het bewustzijn betekent, en àlles zal hij aanvaarden wat hem de illusie schenkt dat het leven zinvol is omdat het uitmondt in de eeuwigheid, het bevrijdt hem van de wanhoop die hem influistert dat het leven de negatie van het leven is, bijgevolg een verschrikkelijke, absurde realiteit. (uit: Jef Geeraerts Tien brieven rondom liefde en dood. Manteau, 1977. p 30-31.)]
van Koen Peeters gekregen

22.11.07

In de Delhaize legde ik een citroen in mijn kar. Op de citroen hing een plakkertje met een indiaan erop. Mooi was dat plakkertje. Ik besloot twee citroenen te kopen.

18.11.07

Primo Levi

Ik typte vanmiddag een bliksem over uit Het periodiek systeem van Primo Levi, maar – hopla ende zowaar – hij stond al in het archief.

[Ik hou zeer van Lood en Kwik die me op één of andere manier herinnerden aan Torgny Lindgren, een van mijn Zweedse helden. De boeken Het licht en De weg van de slang.]
[Als geheel pakte het me minder dan Is dit een mens, een boek waarbij je al na twee pagina's beseft dat het zeer, zeer sterk is. Weinig boeken pakten me als geheel meer dan Is dit een mens. Erg weinig.]

17.11.07

[Ik deed mijn ogen stijf dicht en toen knipperde ik en toen gluurde ik naar haar en haar vrolijke glimlach smeekte me niet bang te zijn, hoezo, het mocht, en haar stevige boezem leek me ook te smeken, en toen kwam ze op haar knieën op de mat zitten, aan mijn rechterkant, en ze haalde mijn hand weg van de heuvel in mijn broek en legde haar eigen hand ervoor in de plaats en toen maakte ze open en bevrijdde en een spoor van scherpe vonken als een dichte meteorietenregen trok door mijn hele lichaam en ik deed mijn ogen weer dicht maar niet voordat ik gezien had dat ze omhoogkwam en zich uitstrekte en toen kwam ze op me en boog zich voorover en nam mijn handen en leidde ze, hier en hier, en haar lippen raakten me aan op mijn voorhoofd en raakten me aan op mijn gesloten ogen en toen nam ze me in haar hand en stak me helemaal naar binnen en in een oogwenk rolden diep in mijn lichaam een paar zachte donderslagen, meteen gevolgd door een doordringende bliksemflits en vanwege de dunne muren moest Orna met kracht haar hand op mijn mond leggen en toen ze dacht dat het voldoende was en haar vingers weghaalde om me te laten ademhalen moest ze mijn lippen weer snel met kracht verzegelen want het was nog niet voldoende. (uit: Amos Oz Een verhaal van liefde en duisternis. De Bezige Bij, 2006. p 602-603.)]
van Occy