2.8.08

[Varje gång jag blinkar jag ser hennes svarta lockhår och hennes sexiga putläppar som är södsminkade med mörkare streck på utsidan. På kinderna hon har dyraste pulversmink och bakom tandställningen hennes blixtvita tandrader skiner (uit: Jonas Hassen Khemiri Ett öga rött. Norstedts Pocket, 2008. p 106.)]

[Het was een onverhoeds losbrekende storm van gruwelen uit de vreemde gebieden van het leven, een weerlichten, flakkeren en uitgedoofd worden, de beproeving van twee zich aan elkaar vastklampende mensen en de ondergang van een onschuldige wereld in kots, drek en angst. (uit: Robert Musil De man zonder eigenschappen. De arbeiderspers, 1989. p 982.)]
van Occy

[De vestibule mag niet piepklein zijn; ik denk dat ik er een soort serre van maak; over de hele lengte van het huis? dat zou onhandig zijn, het zou beter zijn dat hij niet verder doorliep dan tot de eetkamer; dus tussen de salon en de eetkamer een tweede vestibule die met de eerste in verbinding staat door een deur, of liever door een deurgordijn; en denk 's aan al die jongedames die goed verborgen en bliksemsnel achter dat gordijn zouden verdwijnen! (uit: Eduoard Dujardin En de sleutel is gebroken. De arbeiderspers, 1986. p 33.)]
van Occy

31.7.08

[Roy Charles Sullivan träffades sju gånger av blixten, sade jag. Han kallades den levande åskledaren från Virginia. Han förlorade naglarna och ögonbrynen och håret och fick ena fotleden avslagen. (uit: Torgny Lindgren Till sanningens lov. Stockholm: Norstedts, 1991. p 268.)]

30.7.08

vriend B.

Maandagavond zag ik vriend B. weer eens. Normaal woont hij in China, maar maandag was hij in Koekelberg en dronken we samen witbier op het terras van La paradise. Witbier met een schijfje citroen erin. Van vriend B. weet ik zeker dat hij in het veld een roodborsttapuit kan herkennen. Er zijn erg weinig mensen die ik in het echte leven ken van wie ik dat zeker weet.

's Nachts namen we samen de trein naar Gent, de laatste. In station Sint-Pieters kochten we een blauwe botsbal. Die botsbalautomaten, die chikkenbakken, zei ik, zijn van de kerels van die tomaten in blik. Die blauwe blikken. Met die rode tomaten op. Echt waar.

[Dan keer je naar de megalieten terug. Er komt onweer opzetten, merk je, althans de lucht begint er stilaan als een woedende menigte uit te zien. Donderkoppen waartussen soms kleine vonkjes overspringen. In de verte hoor je het gerommel al. (uit: Kamiel Vanhole Een demon in Brussel. Meulenhoff|Kritak, 1990. p 158.)]

[Ze weten: nu komt het leukdoen. Alleen, helemaal zeker, zoals bij andere grotemensen, ben je bij Menthol nooit. Kijkt-ie vrolijk, dan bliksemen zijn ogen af en toe zodat je je adem inhoudt uit angst voor een pak slaag. (uit: Kees Verheul Kleine Knieval. Van Oorschot, 2003. p 44.)]
van Occy

29.7.08

twee botsballen uit China

28.7.08

warm voor iedereen / gladiool

['Donner und Blitzen', zei ik. 'Vertel over de veerman!'
'Dat is een lang verhaal', zei Solveig.
'Ik hou van lange verhalen. Alleen lange verhalen lopen goed af.' (uit: Lars Saabye Christensen De entertainer. De Geus, 2008. p 61.)]