9.9.10

lammetjes en witgat

Buiten het ziekenhuis stond een aanzienlijke rozemarijnstruik. Ik stak mijn handen erin. Lammetjes, dacht ik. Ineens ook maar mijn armen erin, tot mijn oksels - het was immers warm geweest en ik had gezweet.

Thuis, zo herinnerde ik me, had ik op de pc nog een natuurfilm die ik maakte van een witgat.

3.9.10

eind jaren '80, zo inenen

Vanavond herinnerde ik me hoe ik eind jaren '80 samen met mijn moeder naar Langs de kade keek. Zij zat dan in de zetel en ik zat op de vloer.

Eind jaren '80 was ik ongerust dat ik zou afstuderen van de lagere school zonder dat iemand me daar geleerd zou hebben hoe ik een cheque moest invullen. Het echte leven zou me nog zwaar vallen. Dat zag ik zo aankomen, eind jaren '80.

1.9.10

Ik had veel werk vanochtend en dus hing ik lamlendig in de sofa. Waar is de tijd, dacht ik, dat in de sofa hangen me slechts matig interesseerde.

Op Nederland 3 speelde Sneeuwwitje.

29.8.10

Eergisterennacht, in een droom, zag ik een handvol wulpen. Ze zaten in een boom. Over die boom zat plastic folie gespannen.

24.8.10

Vannacht zag ik in een droom een bijeneter en twee roodborsttapuiten. De bijeneter hing dood in een struik in de tuin van mijn ouders. Hij leek al daar al een tijd te liggen, had nog het meeste weg van een verdroogd & bontgekleurd slangenvel.

De roodborsttapuiten zaten ook bij mijn ouders, naast de voordeur. Ik bekeek ze vanuit de woonkamer. Af en toe kwamen ze tot op de vensterbank gevlogen en bekeken ze het glas, zich verwonderend over het materiaal.

13.8.10

Dit tikte ik vorige week zaterdag:

07.08.2010
Gisterennacht, in een droom, zag ik een havik. Ik herkende hem zelf niet, maar iemand vertelde het me.

[Bliksemsnel veranderde hij achtereenvolgens in een vleermuis, een uil en toen weer in een wilde kat. (uit: Philip Pullman Het noorderlicht. Prometheus, 2001. p 105.)]
van k.artman

[In het ijs zitten nooit eerder geziene bloemen vastgevroren, kariatiden van bloemblaadjes, ze zijn door de kou getroffen als door de bliksem, ze weten niet dat ze gestorven zijn, kijk, het lijkt wel of ze door het ijs heen proberen te breken, .. (uit: Amélie Nothomb De winterreis. 2009. p 106.)]
van jevski

[Dat mag niet! Dat kan niet! Ik verheug me al weken op dit lustvuurwerk! Bliksem en donder nog aan toe! (uit: Atte Jongstra De heldeninspecteur. De Arbeiderspers, 2010. p 36.)]
van Occy

['Ja.'
'Goed, ik loop nu eerst als de bliksem naar meneer Otter toe om het hem te zeggen, en dan ga ik met jou mee.'
(uit: John Cowper Powys Wolf Solent. Prometheus, 2008. p 132.)]
van Occy