18.7.11

[Wat bliksem, dien schoen ken ik. (uit: Nescio De uitvreter. Samen met Titaantjes, Dichtertje en Mene Tekel in de Nimmer Dralend-reeks van Nijgh en Van Ditmar, 9e druk. p 23.)]

[En nu hoorde hij het hart van de grijsaard in de buik, daar op het bed, een onstuitbaar pulseren als dat van een opmarcherend leger; de wind likte de lichtende wonden van de nacht, de andere grijsaards loerden fel als de bliksem; het zweet plakte Émile aan de lakens, bloedzweet, en Émile bleef maar baren: zeshonderdzesenzestig maal zeshonderdzesenzestigmaal... maal... (uit: René de Obaldia De Graff Zeppelin of de lijdensweg van Émile. Coppens en Frenks, 2010. p 22.)]

[In die dagen stond hij met zijn autobiografische banbliksems ook op het podium van De Zwarte Komedie. (uit: Stijn Tormans Verhalen en reportages. Meulenhoff | Manteau, 2010. p 222.)]

[Vincent en z'n vrindjes, ze zouden de kwebbelaars ter helle doemen en de hele bliksemse boel vernieuwen. (uit: Willem Frederik Hermans De geur van een pasgestoomde deken. Querido, 2009. p 89.)]

[Daar haalde ik alle kranten mee: sombere schrijver op verjaardag door bliksem getroffen. (uit: Hans Dorrestijn Dorrestijns natuurgids. Querido, 2010. p 67.)]

[Först ser jag exact vad jag ska skriva, blixten lyser upp mitt huvud, jag ser hela pusslet, jag ser vartenda ord, jag ser hela mönstret, jag ser hur allting hänger samman. (uit: Lukas Moodysson Döden & co. Wahlström & Widstrand, 2011. p 192.)]

[Waarom wil je van een hete bliksem af? (uit: Charles Bukowski Pulp. Vassallucci, 1997. p 57.)]

[In het bos sloeg de bliksem met een scherp, scheurend geluid in een boom en de regen stroomde door. (uit: Remco Campert James Dean en het verdriet. De Bezige Bij, 1972. p 30.)]

[Mijn mededeling aan mijn gesprekspartner kwam niet meer van de grond, overweldigd als ik was door losgemaakte herinneringen die als bliksemstralen door mijn hoofd schoten. (uit: Bob den Uyl Vreemde verschijnselen. Querido, 1978. p 173.)]

[bliksem, Remco en ik waren zaterdagavond weer eens stoned. (uit: Deborah Campert & Barbara van Kooten C'est la vie. Thomas Rap, 2010. p 151.)]