12.5.09

Vannacht, in een droom, zag ik een roodborsttapuit. Ik stond op een dorpsplein en hij zat op de nok van een oranje pannendak. Ik kan u wel vertellen dat dat een vreemde omgeving is voor een roodborsttapuit. Maar het was er zeker een, jawel. Even later was het vrouwtje er ook en zaten ze samen in de nog warme laagstaande zon, hun borsten warm opgloeiend.

Later die droom was ik in de tuin rond het huis van mijn ouders, aan de smalle strook aan de westkant van het huis. [Als ik van de tuin van mijn ouders droom, is het meestal van de hoek tussen de west-en de noordkant; wellicht betekent dat iets. Soms ook van het tuinhuisje en het akker- en graslandje erachter, dat dan wel steeds gigantisch groot lijkt. Vlak daarachter ligt een kanaal, maar daar kom ik zelden in mijn dromen.] In de beukenheg verdwenen twee ringmussen. Er was ook een vink en plots zat er een groenling te roepen in een struik amper twee meter voor mijn gezicht, en voor dat van mijn broer, want die was er ook. Er waren nog meer vogels in dat hoekje tuin, ik vond het zelfs een beetje overdreven, maar ik weet niet meer precies welke. Ik had in mijn droom nochtans gedacht: ik moet al deze waarnemingen heel goed onthouden. Tevergeefs. Ach.

Geen opmerkingen: