28.4.08

[En als je je verloren, zwak, lelijk, eenzaam en wanhopig voelt, hoef je me maar te bellen; dan kom ik naar je toe en vertel je hoe, in de tijd dat ik je leerde kennen, alle mannen je maar hoefden te zien of ze werden onmiddellijk verliefd op je, zac, als door de bliksem getroffen. (uit: Sandro Veronesi Kalme chaos. Prometheus, 2008. p 236.)]

24.4.08

["O God," dacht hij, "wat heb ik een inspannend beroep gekozen! Dag in, dag uit op reis. De opwinding veroorzaakt door de zakendrukte is veel groter dan in de zaak zelf, en bovendien wordt mij nog de plaag van het reizen op de hals geschoven, de zorg voor trein-aansluitingen, het ongeregelde, slechte eten en een altijd wisselende, nooit blijvende, nooit hartelijk wordende omgang met de mensen. Het kan allemaal naar de bliksem lopen!" (uit: F. Kafka De gedaanteverwisseling. Wereldbibliotheek, 1952. p 10.)]
van pironik

18.4.08

iets over vlooien, vingers en zeer schone geschenken voor al wie het perenblog met aandacht leest

Occy stuurde me een bliksem. Deze:

Ik luisterde naar hun roekoe roekoe en liet die twee oude Gandaners maar kletsen en drinken en die jonge oude man ontblootte zijn borst en kneep met een bliksemsnelle beweging tussen twee nagels een vlo dood, ze moesten er allebei om lachen ... (uit: Jachym Topol Het gouden hoofd. Voetnoot, 2007. p 12.)
Hij stuurt me wel vaker bliksems, maar deze is bijzonder, want een uur voor ik bovenstaand citaat las, las ik in een ander boek zelf over het doden van vlooien. Hier:
De kat mocht niet meer binnen, ik veegde tweemaal daags mijn kamer en inspecteerde mijn kuiten als ik terugkwam van keuken of toilet. Als ik het huis uitging, trok ik in de gang mijn broekspijpen op en verpletterde de zwarte puntjes tussen mijn vingernagels. (uit: Koen Peeters Bezoek onze kelders. Meulenhoff/Kritak, 1991. p 77-78.)
Merkt u de kans op die ik u schenk? Hier kan u nu, in een bestek van 2 minuten, lezen over het doden van vlooien tussen vingernagels in twee compleet verschillende literaire werken. Maakte u zulks al eerder mee?

15.4.08

Met dit besef werd ik vannamiddag wakker op de zetel: op mijn reisroute tussen huis en werk liggen geen verkeerslichten. Dat is goed.

[Substanties, uitgebreidheid, energie, materie en ziel, allemaal abstracties, bedenksels. En wat God betreft, het is onmogelijk erachter te komen hoe Hij is en zelfs of Hij is! Vroeger veroorzaakte hij de wind, de bliksem en revoluties. Tegenwoordig neemt zijn betekenis af. Ik zie er trouwens het nut niet van in. (uit: Gustave Flaubert Bouvard en Pécuchet. Arbeiderspers, 1988. p 267.)]
van Occy

9.4.08

wit, verlept
Torgny Lindgren is mijn Schone Buitenlandsche Schrijver van de week. In Pölsan rijden twee mannen samen op één motorfiets door het Zweedse Västerbotten om hier en daar en ginder de pölsa te proeven. Pölsa is een louche vlezige streekspecialiteit en de motorfiets heeft een eigennaam: hij heet Diamanten. Het is allemaal klein maar ook zeer schoon. En Torgny Lindgren heeft een hond, hij heet Sapfo.

Ook dit: als ze niet stinken, heb ik weinig tegen verlepte bloemen.

En dit: misschien is Sapfo de enige hond ter wereld die niet stinkt. Dat zou best kunnen.

4.4.08

04.04.07
04.04.07
04.04.07

[Ze zou nooit inzien dat haar gehoor als door barmhartigheid van hogerhand bliksemsnel werd uitgeschakeld - en toch, hetgeen ze zag was reeds te veel. (uit: F. Bordewijk Tijding van ver. Querido Salamander, 1973. p 171.)]

31.3.08

Ik fietste met mijn Vos van Veurne tot Blankenberge. In de Uitkerkse Polder zag ik voor de eerste keer een echte lepelaar – een beest dat ik tot vandaag enkel kende van in mijn vogelgidsen, van op birdpix, van uit mijn dromen. Hij wandelde naar een plas en begon te vissen.

ja, scherp hoor, die lepelaar
In mijn enthousiasme probeerde ik een filmpje te maken van zijn fourageergedrag. Probeerde. Zelf vind ik het resultaat behoorlijk geestig.

Verder waren er ook scholeksters, en naar het noorden: een charmant zicht op de achterkant van de zeedijk-hoogbouw.

de zeedijk

[Nu flitste de dood voor zijn ogen als een zwarte bliksemstraal, trof zijn onschuldige vreugde, verzengde zijn jeugd en dreef hem naar de rand van de schemerige afgrond, die het levende van het dode scheidt. (uit: Joseph Roth Radetzkymars. Atlas, 2001. p 43.)]
van Lope De Aguirre