Posts tonen met het label kp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kp. Alle posts tonen

14.5.18

In de nacht van zaterdag op zondag zag ik in een droom Koen Peeters - hij gaf me enige uitgeprinte e-mails. "Lees die eens door," zei hij erbij.

Het gebeurde allemaal in de living van mijn ouderlijk huis. We zouden ergens naartoe met de wagen, eten. Koen zou rijden. G. was erbij, en ook mijn collega F. Ik droeg mijn zwarte schoudertas en ook nog een linnen zak, hoewel ik niets mee hoefde te nemen behalve dan die e-mails. Ik kon mijn schoenen niet vinden.

Toen maakte mijn vrouw me wakker. We moesten de baby iets geven tegen de koorts.

7.6.12

Dit herinner ik me vaag: op een namiddag in 1990 of 1991 zat ik thuis aan de salontafel teletekstpagina's over te schrijven op pistachekleurige fiches. Op mijn knieën, zat ik, in korte broek, voor de zetels. Het ging over Hutu's en Tutsi's en ik werd verondersteld de dag nadien een spreekbeurt te houden. Was het bij meester Dirk? Misschien bij juf Anita. Ik vond dat sommige pagina's elkaar tegenspraken. Ik vond dat ik één en ander weg mocht laten om mijn praatje coherenter te maken. Ik vond dat teletekst te weinig pagina's had.

Vandaag las ik Duizend heuvels van Koen Peeters uit. Ik dien het te herlezen.

[Wij wonnen altijd. Wij kwamen uit de hemel, onze eerste koning kwam van de bliksem. (uit: Koen Peeters Duizend heuvels. De Bezige Bij, 2012. p 176.)]
Ook vandaag googlede ik de geboortedatum van Detlev Van Heest.

29.1.12

Zou in agenda's genoteerd kunnen worden:

2.1.12

In de achterzak van een jeansbroek in de wasmand vond ik deze stukken tekst:

Mijn vrouw keek boven naar Lewis, de kat lag in zijn nest, ik las Primo Levi (De verdronkenen en de geredden) een Sint Bernardus 6 (-> peer, iets van chocolade, karton) bij de hand.

+
Me ervan bewust dat ik de woorden ging gebruiken voor een stukje, schreef ik ze op op een papiertje - peer, iets van chocolade, karton - meer nog, ik schreef heel deze zin op.

+
Op mijn knieën voor de cd-speler en het boekenrek herlas ik de eerste drie pagina's van Conversaties met K. Kuifje zit daarin. Zijn silhouet is uitgesneden aan het puntdak van een houten hondenhok. Onder het silhouet de naam FOX, maar de hond is dood. Van Kuifje en Koen Peeters herinner ik me vooral een stukje van Koen Fillet.

5.10.09

*Koen Peeters' nieuwe, De bloemen, kocht ik op 19 september in de Standaard Boekhandel in de Kerkstraat in Lommel. Het zijn drollige winkels, de Standaard Boekhandels, maar wie in de Kempen boeken wil kopen, heeft vaak niet al te veel te kiezen.

*Vorige week dinsdag zag ik op de trein een man die las in Grote Europese roman. Zijn kapsel was bijna rasta.

*Het kapsel van Koen Peeters is in een juiste richting geëvolueerd sinds zijn vroege werk. Klara.be biedt tegenwoordig twee nostalgische Peeters-filmpjes aan uit de tijd van Wie schrijft die blijft. Drollige filmpjes.

*Ik begon in Weerde in De bloemen. Ik zat op de trein. Het eerste deel, gelooft u mij, schittert door de brieven van Hortence en door haar kennis over boter, door de gesprekken tussen Louis en God.

1.10.09

rijstpap & bloemen
Vanavond maakte ik een liter rijstpap. Dat komt door Koen Peeters. En morgen draag ik mijn beste hemd.

4.9.09

Denk hieraan // 15 september 2009 // De bloemen // Koen Peeters

25.3.09

[+] Ik zat met mijn collega I. op de metro. Op de vloer vonden we een in vieren geplooid wetenschappelijk document, A4, gelinieerd, getiteld Wat veroorzaakt longkanker. We namen het samen door. Ik neem hier een integrale transcriptie op - alles voor de wetenschap.

Wat veroorzaakt longkanker

inleiding: Longkanker is een veel voorkomende ziekte. Elk jaar komen er ongeveer 9000 patiënten bij.

1 van de belangrijkste oorzaak van longkanker is roken vooral v. sigaretten. Vrouwen die roken hebben ongeveer 12 keer meer kans op om longkanker te hebben zoals vrouwen die niet roken. Voor mannen is het 22 keer meer kans om longkanker te hebben.

Passief roken is meeroken door de rook van sigaretten (van de omgeving) in te ademen. Mensen die niet roken maar worden bloot gesteld aan passief roken hebben 1,3 maal hogere kans om longkanker te hebben krijgen dan mensen die niet roken of niet passief roken.

Diesel veroorzaakt ook wel longkanker. Ongeveer 2.7 v. alle longkankers vero word veroorzaakt door dieselgassen.

Nog altijd sterven er zoveel vrouwen als mannen aan longkanker. Bij mannen ts de 60 en 70 jaar en bij vrouwen ts de 50 en 60 jaar die longkanker hebben is het gevolg sterven.
[+] Verder las ik in Kamermeisjes & soldaten. Arnon Grunberg onder de mensen (Nijgh & Van Ditmar, 2009). Op pagina 150, in de tekst over Libanon, realiseerde ik me dat het Beiroet hier een stad lijkt uit Koen Peeters' Grote Europese Roman. Dat zei ik niet tegen I., nee, daarvoor heb ik jullie. Kijk eens aan, wat is dat goed geregeld.

19.2.09

Ik zat vanmiddag weer in Murphy's Law in het Zuidstation in Brussel, aan dezelfde tafel als de vorige keer, in het zicht van Boudewijn en Fabiola.

Boudewijn keek ietwat kritisch, alsof hij zich zorgen maakte over mij. Ik wou me tegenover hem verantwoorden, één en ander rechtzetten, uitleggen, verklaren, maar naast me zaten twee vrouwen met elk een glas witte wijn en ik durfde niet te spreken. Ik kom wellicht al wereldvreemd genoeg over bij dames met een glas witte wijn, en ik zag eruit alsof ik te weinig geslapen had. [Dat zal Boudewijn ook wel niet ontgaan zijn.] En ik moet daar eerlijk in zijn: ik converseer niet altijd makkelijk.

Ik schreef dan maar aan Boudewijn in mijn zwarte schriftje. Dat dat zeer Koen Peeters is, besefte ik pas achteraf. Zeer Walter van den Broeck is het ook, maar dat probeer ik te verdringen. Ik schreef dus aan de jonge vorst. Mijn laatste zinnen waren – wellicht wat ongepast – “hebt u misschien een exemplaar van Met 'De Adelaar' naar de Pool van Andrée, Strindberg en Frænkel? Ik zou dat graag bezitten.”

[Fabiola trok zich van het geheel erg weinig aan. Ze keek langs me heen dieper het café in. Ze glimlachte.]

23.1.09

het Rouppeplein / Brussel

Er is een verhaal van Kamiel Vanhole dat ongeveer zo begint: Ik sta op het Rouppeplein in Brussel en heb geen idee meer waarom. Je kan me geen fan of kenner van Vanholes werk noemen, maar interessant vind ik hem wel. Door de cultuur van het wandelen bijvoorbeeld, het reizen, het lezen, en door de band met Koen Peeters; door plaatsen als Brussel, de Borinage, het kanaal naar Charleroi.

Op het Rouppeplein denk ik wel eens aan hem, en dan meteen ook aan Baudelaire. Vandaag bijvoorbeeld. Ik had de trein van 8.15u naar Brussel genomen en stond om 9.10u op het Rouppeplein; ik zou daar een vergadering bijwonen, dacht ik. Jammer was dat ik de enige was met dat idee. Een mens schrijft soms jammerlijke onwaarheden in zijn agenda, of – en dat is waarschijnlijker – heel wat mensen vergeten jammerlijkerwijs heel wat in hun agenda te schrijven. Het één of het ander, maar ons erin verdiepen heeft geen zin. Feit is: ik wist plots niet meer wat ik op het Rouppeplein kwam doen. Langer blijven gaf geen pas dus nam ik in Anneessens tram 4 terug naar het Zuidstation, kocht een krant en een koffie. [In de koffiezaak zag ik F., stel je voor. Hij had net een belegd broodje gekocht en zou de trein van 10.25u naar Keulen nemen. We spraken over de griep en de banken.]

Overbodige treinritten van en naar Brussel zijn cadeaus in leestijd. Nu De welwillenden (Jonathan Littell) uit is, gaat er weer een wereld van mogelijkheden voor me open. Korte, snelle boekjes wil ik nu. Bob den Uyl, zoiets, of Laurent Graff, of iets over Muminpappan. Ik begin met Opkomst & ondergang van de Zwarte Trui (Bob den Uyl), want het titelverhaal van die bundel gaat over fietsen en een belangrijke rol is er voor koningin Fabiola, en speelt het niet in de Borinage? Als je oppervlakkig diep over Bob den Uyl en Kamiel Vanhole zou nadenken, over leven en werk, zou je kunnen vermoeden dat ze dezelfde persoon waren.

Weer in het thuisstation reed ik naar de bibliotheek voor nieuwe boeken [Den Uyl, Graff] en nieuwe boetes [€0.30] en ik wou ook de banden van mijn fiets [die wellicht toch geen koen gaat heten] oppompen aan de luchtautomaat rechts. Natuurlijk was er weer wat mis met die pomp – wat ik natuurlijk pas merkte nadat ik door het gewrik en gepas alle lucht uit de band geperst had. Geen zucht bleef er over. Niets. Maar ook daar weid ik beter niet over uit. U kent het leven zo ook wel. Ik vertel niets nieuws, nee. Ik stalde mijn platte fiets aan de Vooruit en ging voor een koffie naar de Marimain. Er werd muziek van The Police gespeeld, ik begon in Opkomst & ondergang van De Zwarte Trui.

22.11.08

koud en vochtig en Maurice Pons

Ik was voor een bewijs van mijn goed & zedelijk gedrag naar het politiebureau geweest – een bewijs dat mij dadelijk en zonder enig probleem verstrekt was, dat spreekt – en ik vond dat ik een espresso nodig had. Het regende namelijk erg koud, met een wind uit het noorden. Ik wandelde dus voort naar de Coffee Lounge, met zijn heerlijke zetels en barista's, nabij het belfort.

Dat ik geen rotte euro bij me had, was een detail. Ik zou na het drinken wel ergens geld uit een muur halen en dan terugkeren om mijn schuld te vereffenen – gesteld dat het ooit zou stoppen met regenen. Ten teken van mijn betrouwbaarheid kon ik desnoods mijn vers verworven bewijs van goed zedelijk gedrag voorleggen, maar dat was uiteindelijk niet nodig want de heren van de Coffee Lounge zijn overtuigend sympathiek. Ja, het was koud en vochtig, maar het was bovenal een mooie dag. En ik had koffie.

Bij de espresso's las ik in De seizoenen van Maurice Pons; een goed boek en ook in het boek was het koud en vochtig. Het regende als in het echte leven. Het is vreemd, dacht ik erbij, dat dit boek, dat dit goede boek onmiddellijk na aankoop en verwerking in de bibliotheek in het magazijn belandde, dat het geen kans kreeg in de rekken van de vierde verdieping bij de P van Peeters, Peixoto, Pleysier. Vermoedelijk ben ik de tweede lezer, ja, ik heb de online-catalogus in de gaten gehouden. Hoeveel moeilijker wordt het zo voor dit exemplaar om een lezersgeschiedenis op te bouwen, om lezerssouvenirs te verzamelen, om ook materieel te leven? Ik maakte ter compensatie dadelijk een koffievlekje onderaan op pagina 153 en en passant besmeurde ik, maar dat per ongeluk, de onderkant. Het is een geluk dat ik eerst mijn bewijs haalde en daarna pas aan de koffie begon.

De laatste regel van De seizoenen las ik later die dag in de KVS in Brussel. Ik zat met mijn lief op het tweede balkon en we zagen hoe Koen Peeters onder ons op het parterre zat. Ik zag hem opkijken en ik zwaaide. Tweemaal. De tweede keer zwaaide hij terug. Ik vermoed dat hij geen idee had wie ik was, maar dat is niet erg en ik moet me ook vaker scheren, dat weet ik.

Bliksem:

Ze gaf geen antwoord. Ze liep rechtdoor en trok de twee meisjes met zich mee. Ze ging recht op huis aan, zwijgend, huiverend, als een merrie die de bliksem achter zich voelt. (p 10.)

---
Maurice Pons De seizoenen Coppens & Frenks, 2007.

12.10.08

Vanochtend, in een droom, zag ik een meerkoet. Ik zag hem niet live, maar hij stond op een foto in een oude De Morgen en hij vloog er boven een avondlijke wereldstad vol lichtreclame, Pepsi en zo. De titel van het artikel was "Meerkoet kan maar tot daar en terug". Iemand had onderzocht hoe hoog meerkoeten kunnen vliegen. Interessant.

Ik weet zeker dat het artikel in De Morgen stond, want onderaan de pagina stond een cartoon van Kim. Die ging over Koen Peeters' Grote Europese Roman. Hij was niet echt grappig.

16.5.08

moeten we Elsschot dan ook niet eren als de man die Koen Peeters verzamelbaar maakte? En at Elsschot niet af en toe een sinaasappel?

Ik heb een mooi exemplaar van Het tankschip: een eerste druk uit 1942, met de Joséphine op de cover, volledig afgeleefd en vol stempels en cijfers uit een bibliotheek of drie. Een eerdere bezitter kocht het in 1942 en een andere op 14 maart 1975, "op de luizenmarkt". Ik kocht het op 21 april van vorig jaar. Het stonk toen zo – naar tankschip, dat klopt – dat het heel lang duurde voor ik erin kon lezen. Ik liet het eerst dertien maanden verluchten.

sinaasappels, Het tankschip, een nieuwe kast

Vorige week deed ik het open, las ik het. En ik vond iets interessants:

"Heb eenig geduld," suste hij, "windt u niet op en tracht niet alleen te begrijpen maar vooral te gelooven, want had die Griek Papagos van de rue Royale geloofd, dan had ik verleden week met hem afgesloten en dan had Peeters nooit van mij iets gehoord, want Papagos of Peeters dat is voor mij precies hetzelfde. En beiden beginnen met een P.
Dit stuk tekst is zeer Koen Peeters. Er is natuurlijk de naam Peeters, de toegesprokene hier; wel niet Koen, maar Jack. Maar Koen of Jack, dat is precies hetzelfde, het zijn twee Peetersen.

En de spreker hier is Boorman, een terugkerende naam in Elsschots werk, een steen om onderweg op te rapen, even mee te nemen en dan weer te laten vallen. Noem Boorman Elsschots Robert, Elsschots Marchand. Ah, Marchand. Het feit dat Jack Peeters en Boorman hier met elkaar praten komt voort uit een advertentie geplaatst in het tijdschrift Journal de la Marine Marchande. Ah, Marchande. En wie kan er straatnamen in het Frans lezen zonder aan Koen Peeters te denken? En dan nog een straatnaam met een koning erin. Toeval ongetwijfeld, en onbelangrijk, maar net daardoor misschien ook wel zeer belangrijk. Elsschot, geschiedvervalser die hij is, verzamelde Koen Peeters al in 1941, jawel, en dat het allemaal om het geloven gaat, wist hij ook.

Wanneer Elsschot een sinaasappel at, dan pelde hij die eerst met een mes op een wit bordje, en at hem nadien partje per partje op. Zwijgend.

18.4.08

iets over vlooien, vingers en zeer schone geschenken voor al wie het perenblog met aandacht leest

Occy stuurde me een bliksem. Deze:

Ik luisterde naar hun roekoe roekoe en liet die twee oude Gandaners maar kletsen en drinken en die jonge oude man ontblootte zijn borst en kneep met een bliksemsnelle beweging tussen twee nagels een vlo dood, ze moesten er allebei om lachen ... (uit: Jachym Topol Het gouden hoofd. Voetnoot, 2007. p 12.)
Hij stuurt me wel vaker bliksems, maar deze is bijzonder, want een uur voor ik bovenstaand citaat las, las ik in een ander boek zelf over het doden van vlooien. Hier:
De kat mocht niet meer binnen, ik veegde tweemaal daags mijn kamer en inspecteerde mijn kuiten als ik terugkwam van keuken of toilet. Als ik het huis uitging, trok ik in de gang mijn broekspijpen op en verpletterde de zwarte puntjes tussen mijn vingernagels. (uit: Koen Peeters Bezoek onze kelders. Meulenhoff/Kritak, 1991. p 77-78.)
Merkt u de kans op die ik u schenk? Hier kan u nu, in een bestek van 2 minuten, lezen over het doden van vlooien tussen vingernagels in twee compleet verschillende literaire werken. Maakte u zulks al eerder mee?

4.1.08

een NB
Ik kreeg een nieuwjaarskaart met op de achterkant van de envelop een NB. Onmisbaar voor wie meer weten wil over Robert Marchand, en met schone foto's van zeer schone huisvlijt.

1.1.08

labels op het perenblog

Ja, er zijn ook labels op het perenblog, en wel deze:

  • bb [en dat staat voor botsbal]
  • Cu2CO3(OH)2 [en dat staat voor malachiet]
  • ek [en dat staat voor Eva K., of voor Stockholm, soms]
  • kp [en dat staat voor Koen Peeters]
  • km [en dat staat voor Koen, misschien]
  • mbd [en dat zijn mooie blauwe dingen]
  • mitb [wat dan weer mensen in tweedehandse boeken zijn]
  • vims [en dat zijn vogels in mijn slaap]
  • vrv [en dat staat voor Vos – groen, blinkend en 46x18 – rond Vlaanderen][label door omstandigheden tijdelijk gesloten]

6.11.07

fictie >> mooi zo

Tussen half september en half oktober heb ik een maand lang bijna uitsluitend non-fictie gelezen. Ik begrijp ook niet goed waarom, maar het is gebeurd. Non-fictie, een maand lang.

De laatste drie weken heb ik één en ander goedgemaakt, fictie gelezen dus, en daar ontzettend veel plezier aan beleefd. Af en toe maakte ik nota's – zoals dat hoort.

>>23 okt: Koen Peeters in andermans boeken: "Er lag zaagsel op de grond en Tine had een briefje op de salontafel neergelegd: 'We lopen even met Bo mee en gaan op de terugweg boodschappen doen.' Ik vouwde het briefje op en legde het in mijn kamer. Ik bewaarde altijd de briefjes die aan mij werden geschreven. Ik hield er niet van ze weg te gooien; ik stelde me voor dat ze op een dag de moeite waard zouden zijn om nog eens te lezen." (Helle Helle De veerboot. Contact, 2007. p 70.)

>>24 okt: Ruth Lasters Poolijs. Ik las vorig jaar het kortverhaal in De Brakke Hond en was toen niet helemaal mee. Nu de roman en daarna opnieuw het kortverhaal. De jongens zijn meisjes, de meisjes jongens. De croque-monsiers tosti's, de tosti's croque-monsieurs. Verwarrend, maar ik ben ondertussen mee. En op p 75: "Meubelcentrum De Vos". Mooi zo.

>>29 okt: Miranda July No one belongs here more than you (Scribner, 2007) p 153: "Sourpuss". Mooi zo!

>>3 nov: Nooit een roman gelezen met zoveel keer het woord "blik" erin als Meneer Pip van Lloyd Jones. Minder mooi zo. ++ Collega M. – ik gaf haar ooit een dubbel van Mijnheer sjamaan cadeau – ging op 17 oktober naar een lezing van Koen Peeters in de HOB. Ze sprak me nadien over catalogiseren en briefjes van bedelaars. Zeer mooi zo.

7.8.07

dag op de zuid

De zon scheen en ik ging naar de bib. Tegen een fondsenwerfster voor WWF zei ik 'Nee, bedankt.' Aan een lange tafel in de bibliotheek tekende ik met een blauwe balpen en een zwarte stift mannetjes op papiertjes. Ook af en toe een zebra, een fiets of een glas bier. Begin augustus is dat mijn werk, begin augustus word ik daarvoor betaald.

Het regende. Ik at een tomatensoep in Leescafé Gezelle en dronk daarna een Gini. Het regende. Ik stak het plein over en zei 'Nee, bedankt' tegen een fondsenwerfster voor WWF. Ik kocht veldsla in de Match en ook pannenkoeken en Jungle barres de chocolat au lait fourrée au caramel et gaufrette. Aan de uitgang van de supermarkt stond een botsballenautomaat met ballen van The Simpsons, € 1.00 per stuk.

Het regende. Ik zei 'Nee, bedankt' tegen een fondsenwerfster voor WWF. Ik ging opnieuw naar de bib en las een Halewijnbewerking voor kinderen. Op de vierde verdieping zag ik de Grote Europese roman in het rek van de nieuwe aanwinsten staan. Een man nam hem mee. Hij had zich niet geschoren, zijn haar hing tot op zijn schouders. Ik vroeg me af: zijn er mooie jonge vrouwen die Koen Peeters lezen?

Het regende niet langer. Op de fiets naar huis negeerde ik een fondsenwerfster voor WWF. De Sint-Pietersnieuwstraat is de Muur van Geraardsbergen niet, dacht ik. 46x18, dacht ik. Ik floot.

Anderhalfuur later kwam ook mijn lief thuis. We kookten, aten en keken naar FC De Kampioenen. Ik noteerde een uitspraak van Pico Coppens: "Geef mij maar ne gele limonaat. Hier is 30 frang."

31.7.07

malachiet te Tervuren
Na de afwas maakte ik een lijstje van drie fijne romans met malachiet erin.

  1. De postbode (Koen Peeters)
  2. The people's act of love (James Meek)
  3. Altijd maar begraven (Peter Drehmanns)
Altijd maar begraven las ik vandaag uit en ik heb daar best van genoten. Niet dat het verhaal zo overtuigend was, maar mijn tweedehandse exemplaar (De Slegte op de Meir in Antwerpen, €5) zorgde voor net dat beetje extra door de potloodnotities van de vorige lezer. Hij bracht o.a. correcties aan – wat zeer meta is in een boek met als hoofdpersoon een corrector – en zorgde voor vooruit- en terugwijzingen tussen pagina's en details. Maar wat ook belangrijk was: ik zag er enige inhoudelijke Koen-Peeterserigheid in. Bijvoorbeeld:
  • stedentoerisme
  • hoofdpersoon met opschrijfboekje
  • inventarisatiedrang
  • oude fabrieken
  • louche kunstuitingen
  • Google
  • hotels en pensions
  • fragmenten non-fictie geschreven door romanfiguren
  • opschriften op borden en bordjes
  • malachiet, ja malachiet (p 172-173)
Koen-Peeterserigheid maakt boeken interessant. Het is daarom fijn te beseffen dat die Drehmanns vóór Altijd maar begraven al vier boeken schreef die nog te ontdekken zijn. Ja. Hoi. Malachiet.

Peter Drehmanns Altijd maar begraven. Uitgeverij Contact, 2007.

21.6.07

Voor vannacht, drie dingen en een half:

[1] In de metro zag ik een man met een flapoor. Eén flapoor.

[2] Torgny Lindgren heeft een hond. Het beest heet Sapfo.

[3] Mensen die mij tegenwoordig bliksems sturen, zijn allemaal mensen die Koen Peeters' Grote Europese Roman gelezen hebben. Hieronder zijn er één van mezelf (die 100% zeker de GER las), één van Lope (die 100% zeker de GER las), een aantal van Occy (die 100% zeker de GER las) en één van een homonieme Koen Peeters (van wie ik zwaar veronderstel dat hij de GER las).

Tweeënhalve dag zullen ze dan tevreden over hem kunnen zijn. Daarna zal de slag komen. Precies als een bliksemstraal aan een heldere hemel. (uit: Stig Dagerman Het verbrande kind. Meulenhoff, 2006. p 140.)

De laatste vierentwintig uren waren een groot zwart gat. Af en toe werden, als verlicht door een bliksemflits, beelden zichtbaar. (uit: Paul Mennes Kamermuziek. Nijgh & Van Ditmar, 2007. p 175.)

Ze hijgde heel zachtjes, haar linkerarm, die in de knel zat, deed pijn, en Chéri voelde dat zijn nek stijf werd, maar ze wachtten allebei roerloos en eerbiedig tot de bliksem van het genot langzaam uit hen was weggetrokken. (uit: Colette Chéri. Atlas, 2006. p 138-139.)

She niver come out when Thon's on shower or when Thon's flash with his Nixy girls or when Thon's blowing toomcracks down the gaels of Thon. No nubo no! Neblas on you liv!
&
Zij komt nimter naar buiten als Thon een bui geeft of als Thon de blits maakt met zijn meisjes van Nix of als Thon doemklappers omlawaait met de hagelstormen van Thon. Nee nubo nee! Van z'n lang ze nebel neit! (beide uit: James Joyce Finnegans Wake. Athenaeum, 2002 (tweetalige editie). p 11.)

En weer flitsten door de wolken de blauwe schichten, en met een droog gekraak barstte de donder boven ons hoofd los. Angst en vreugde voeren door mij heen; het onweer kwam naderbij, het laatste onweer van de zomer. (uit: Tsjingiz Ajtmatov Dzjamilja. De Geus, 1990. p 81.)

’t Zal bliksemen,
’t zal donderen,
van boven
en van onderen
(uit: Hubert van Herreweghen Aardewerk. De golfbreker|Lannoo, 1984. p 7.)
[3bis] Dat van die mensen die mij bliksems sturen en de GER lazen, dat, dat probeerde ik gisterenmiddag tijdens een treinrit te noteren volgens de verzamelingenleer die men mij op de lagere school onderwees. Dat was niet moeilijk en zag er uit als volgt:

A is dus een deelverzameling van B
[3tris] Spijtig is het dat ik bij heel die GER-bliksem-redenering deze schenking van Jozef Peter over het hoofd zag. Ik stel voor dat de man zich snel aan het werk zet en de Grote Europese Roman gaat lezen; hoe ik iets als "vooral hier, minder daar" grafisch kan voorstellen in de verzamelingenleer, is mij niet meer direct duidelijk.
Met de jaren
moet er veel worden weggegooid.
De gedachte bij voorbeeld
dat geluk mild is en duurzaam
iets als een zuidelijk klimaat
in plaats van een blikseminslag
die levenslang gekoesterde
littekens achterlaat.
(uit: Hanny Michaelis Onvoorzien. G.A. van Oorschot, 1966.)