Posts tonen met het label km. Alle posts tonen
Posts tonen met het label km. Alle posts tonen

11.2.10

de Boechoutselei / Mortsel

Gisterenmiddag zijn mijn Raes en ik Godsgruwelijk de weg kwijt geweest in Mortsel. Nu, hier, thuis, met een wegenkaart voor me, lijkt Mortsel nochtans maar een zakdoek groot. Maar een ongestreken zakdoek, zoveel is duidelijk, een zakdoek die langdurig in de zak van een donkerblauwe winterjas van een mongoloïde Mortselnaar heeft gezeten.

Ik had geen kaart bekeken of meegenomen gisteren, en de zon scheen niet dus wat boven en onder was in mijn hoofd, was al na even niet erg vanzelfsprekend meer. En ik was neerder in Mortsel geweest, nee. Ik moet het mijden in de toekomst, dat was wat ik ervan dacht op de Boechoutselei, of toch zeker dat deel van Mortsel bezuiden de spoorlijn Antwerpen-Hasselt. Ik stel voor dat we het ontruimen, dat we het laten platleggen door de Russische luchtmacht en de bewoners onderbrengen in een woontoren op Linkeroever. Misschien moesten we van Mortsel maar een vijver maken, een paaiplaats voor brasem, een fourageerplek voor aalscholvers. Ach, Mortsel, Mortsel-put. En in het noorden dan Mortsel-zigeuner.

Als avondmaal maakte ik iets met kip, pancetta, wortelen, peterselie en witte wijn. Alsof er niets gebeurd was.

9.3.09

de Mortelputstraat / Sint-Martens-Latem

Ik was nog niet aan de kerk van Sint-Martens-Latem toen ik werd aangevallen door een hond, een Jack Russell genaamd Jack. Hij was aangelijnd en zijn lijn was net te kort – hij raakte net niet bij mijn benen. Eerst dacht ik oef, maar snel daarna jammer want ik wil al lang eens testen of je zodanig hard tegen hondjes kan schoppen dat ze wegvliegen en hoever ze dan kunnen wegvliegen.

Ik kneep mijn remmen dicht, stopte, stapte af, ging achter mijn fiets staan – ja, zo ben ik dan weer wel – en riep zo luid ik kon naar Jack: Zoekt gij boel misschien, hier in Latem! Ja, gij, Jack! Zoekt gij boel! Ik probeerde te klinken als Johnny uit Aanrijding in Moskou. Ik vond mijn Latem zo geslaagd dat ik het nog een paar keer riep: Latem! Latem! Latem! Ik lichtte mijn fiets hierbij telkens een paar centimeter omhoog en liet hem dan weer op het fietspad stuiteren. Jack had hier niet van terug, nee nee nee. Hij zat nog steeds tussen de benen van zijn baas toen ik mijn weg naar de plas verderzette.

[De plas? Ja, de plas! Ik fietste naar de westerplas in Sint-Martens-Latem want daarrond was de voorbije week een paar keer een roodborsttapuit gezien en roodborsttapuiten zijn topvogels, zoals vossen topfietsen zijn en mijn nieuwe fiets, eigenlijk ook een vos, is enigszins rood. Redenen genoeg dus.]

[Bij de westerplas scheen de zon, een echt tapuitenweertje was het eigenlijk. Dat ik die roodborsttapuit niet zag, was dan natuurlijk helemaal niet erg, nee, bijzaak. Er was wel een veldleeuwerik en bergeenden en er vloog een ooievaar over, naar het westen. Boven een uithoek van de plas trilde al een hele wolk muggetjes.]

Terugkeren langs de kerk van Sint-Martens-Latem leek mij niet aan te raden en dus nam ik de fietsknooppunten (22-79-88-67-63-56-52-4) naar huis, naar mijn lief, en 's avonds aten we samen een pizza en een cheeseburger in De Lounge. Omdat het een zeer zomerse dag vol avontuur geweest was, nam ik er een Looza B3 bij.

24.1.09

de Bagattenstraat / Gent

De paden op, de straten in! Ik had mijn fietspomp in mijn schoudertas gestoken en liep strak in de pas naar de Bagattenstraat, want op het einde van die straat stond mijn fiets – die nog steeds niet Koen heet – stond mijn fiets dus plat te staan. Gezusters Lovelingstraat, Willem Tellstraat, Bagattenstraat, Vooruit. Haha, ja, ik was goedgezind en hier en daar zongen koolmezen alsof het al lente was.

Er is een school in de Bagattenstraat met aan de straatkant een speelplaats/voetbalveldje en tussen die speelplaats en de stoep staat er een hek en een rij boompjes. Toen ik even stilstond, want zo heel jong ben ik toch ook niet meer, zag ik in die boompjes, op zo'n 40 cm voor mijn gezicht, twee goudhaantjes zitten friemelen. Jaha, zomaar in de Bagattenstraat. Het geluk friemelt op straat.

Mijn fiets stond er nog. Ik was niet vergeten dat mijn fietspompslurfje niet meer heel vast op mijn fietspomp paste en had daarom een stuk binnenband met een gaatje erin meegenomen als tussenstuk – ingenieus! – maar tot voldoening stemmen deed het niet. Het bleef behelpen en beter dan halfzacht kreeg ik de banden niet. Ik moest een nieuwe oplossing zoeken, liefst bergaf.

De Walpoortstraat af, halfzacht, en altijd rechtdoor tot Bij Sint Jacobs, Steendam. Er zit daar namelijk een fietsenman. [Nu zijn er wel fietsenzaken dichterbij, maar de meeste fietsenzaakmannen zijn erg stugge en moeilijke mensen. Het komt eropaan zorgvuldig je fietsenman te kiezen en er langzaamaan een zekere stille verstandhouding mee op te bouwen. Ik woon al 11 jaar in deze stad, was al klant in vijf verschillende fietsenzaken, maar ben nog steeds niet zeker met welke het echt zou kunnen werken, bij wie ik eventueel, als er iets drastisch zou gebeuren met de fiets die nog steeds niet Koen heet, een nieuwe Vos zou kunnen halen. Vandaag koos ik voor de eerste keer voor de fietsenman aan Steendam.]

Ik vroeg de fietsenman of hij fietspompslurfjes verkocht zonder fietspomp erbij. De man begreep direct wat ik bedoelde (+1) maar kon me niet helpen met aparte slurfjes (-1). Wel verkocht hij eenvoudige pompen met goedpassende slurfjes (+0, want dat is wel het minste) voor € 2,90 (-1). De man was niet goed geschoren (+1). Ik gaf hem mijn goede pomp met slecht slurfje cadeau. Het stukje binnenband kon ik zo snel niet vinden in mijn tas, anders had hij het ook gekregen. Hij bedankte me (+1), ik bedankte hem.

Ik dacht aan de goudhaantjes en wandelde het centrum door, naar de broodjeszaak/koffiebar bij de Verlorenkost. De nieuwe pomp had ik veilig in mijn tas gestopt. Als je door de Nederkouter naar de Verlorenkost wandelt, heb je aan je linkerkant de Bagattenstraat. Toen ik de kasseien zag, besefte ik dat ik mijn fiets – hoe zal hij toch heten? – niet bij me had. Die was ik bij Sint Jakobs vergeten, alleen, met halfzachte banden nog wel, en heel wat verder van huis dan vanochtend.

Om half zeven wandelde ik weer naar Sint Jacobs. Ik vond het zeer donker. Om één of andere reden had ik mijn pomp niet bij me. Onderweg kocht ik in de Delhaize op de Kouter een Pizza Prosciutto van het merk Delhaize. Die was niet zo lekker.

Voor straks heb ik nog chocolademousse.

23.1.09

het Rouppeplein / Brussel

Er is een verhaal van Kamiel Vanhole dat ongeveer zo begint: Ik sta op het Rouppeplein in Brussel en heb geen idee meer waarom. Je kan me geen fan of kenner van Vanholes werk noemen, maar interessant vind ik hem wel. Door de cultuur van het wandelen bijvoorbeeld, het reizen, het lezen, en door de band met Koen Peeters; door plaatsen als Brussel, de Borinage, het kanaal naar Charleroi.

Op het Rouppeplein denk ik wel eens aan hem, en dan meteen ook aan Baudelaire. Vandaag bijvoorbeeld. Ik had de trein van 8.15u naar Brussel genomen en stond om 9.10u op het Rouppeplein; ik zou daar een vergadering bijwonen, dacht ik. Jammer was dat ik de enige was met dat idee. Een mens schrijft soms jammerlijke onwaarheden in zijn agenda, of – en dat is waarschijnlijker – heel wat mensen vergeten jammerlijkerwijs heel wat in hun agenda te schrijven. Het één of het ander, maar ons erin verdiepen heeft geen zin. Feit is: ik wist plots niet meer wat ik op het Rouppeplein kwam doen. Langer blijven gaf geen pas dus nam ik in Anneessens tram 4 terug naar het Zuidstation, kocht een krant en een koffie. [In de koffiezaak zag ik F., stel je voor. Hij had net een belegd broodje gekocht en zou de trein van 10.25u naar Keulen nemen. We spraken over de griep en de banken.]

Overbodige treinritten van en naar Brussel zijn cadeaus in leestijd. Nu De welwillenden (Jonathan Littell) uit is, gaat er weer een wereld van mogelijkheden voor me open. Korte, snelle boekjes wil ik nu. Bob den Uyl, zoiets, of Laurent Graff, of iets over Muminpappan. Ik begin met Opkomst & ondergang van de Zwarte Trui (Bob den Uyl), want het titelverhaal van die bundel gaat over fietsen en een belangrijke rol is er voor koningin Fabiola, en speelt het niet in de Borinage? Als je oppervlakkig diep over Bob den Uyl en Kamiel Vanhole zou nadenken, over leven en werk, zou je kunnen vermoeden dat ze dezelfde persoon waren.

Weer in het thuisstation reed ik naar de bibliotheek voor nieuwe boeken [Den Uyl, Graff] en nieuwe boetes [€0.30] en ik wou ook de banden van mijn fiets [die wellicht toch geen koen gaat heten] oppompen aan de luchtautomaat rechts. Natuurlijk was er weer wat mis met die pomp – wat ik natuurlijk pas merkte nadat ik door het gewrik en gepas alle lucht uit de band geperst had. Geen zucht bleef er over. Niets. Maar ook daar weid ik beter niet over uit. U kent het leven zo ook wel. Ik vertel niets nieuws, nee. Ik stalde mijn platte fiets aan de Vooruit en ging voor een koffie naar de Marimain. Er werd muziek van The Police gespeeld, ik begon in Opkomst & ondergang van De Zwarte Trui.

13.11.08

koen, misschien

Sinds gisterenmiddag rijd ik op een nieuwe fiets. Hij staat niet zo scherp als mijn Vos, ziet er verlepter uit, breder, minder strak, valer, maar ik denk dat we heel goede vrienden kunnen worden. Heel goede vrienden. Voorlopig heet hij Koen.

29.9.08

Mijn Vos is gestolen.

1.1.08

labels op het perenblog

Ja, er zijn ook labels op het perenblog, en wel deze:

  • bb [en dat staat voor botsbal]
  • Cu2CO3(OH)2 [en dat staat voor malachiet]
  • ek [en dat staat voor Eva K., of voor Stockholm, soms]
  • kp [en dat staat voor Koen Peeters]
  • km [en dat staat voor Koen, misschien]
  • mbd [en dat zijn mooie blauwe dingen]
  • mitb [wat dan weer mensen in tweedehandse boeken zijn]
  • vims [en dat zijn vogels in mijn slaap]
  • vrv [en dat staat voor Vos – groen, blinkend en 46x18 – rond Vlaanderen][label door omstandigheden tijdelijk gesloten]