5.4.24

[Met haar voeten zat mijn tante op de zitting. Ik pakte haar rechtervoet. Koud.
De bus reed een onweersbui binnen die tot Hamburg zou duren. Onder de donderslagen en bliksemschichten dutte ik in.
'Ich wollte dir schon etwas in den Mund stecken. Du schläfst mit offnem Mund.'
'Habe ich geschnarcht?'
'Ein bisschen.' (uit: Detlev Van Heest Parkeren in Hilversum. Van Oorschot, 2024. p 189.)]