18.5.26

['De Stoorworm?' vroeg Piekevet. 'Wat is nou precies een Stoorworm? Wat een herrie!'
'De Stoorworm... dat is een kolossale zeeslang, een heel gevaarlijke. Schiet dus nu maar op,' zei de koffiepot. 'Pak die tafel. We moeten als de bliksem weg voordat het te laat is...'
(uit: Wim Hofman De Stoorworm. Querido, 1998. p 23.)]

11.5.26

[Sneeuw op een berg is geruststellend op een prentkaart. Tot die sneeuw aanzwelt en dreigt te kapseizen. Plots barst die massa als de bliksem los, een donderwolk gaat schuiven. In haar grimmig spoor neemt ze tienduizenden tonnen sneeuw, ijs, rotsen en geknakte bomen mee. Die puinhoop maakt een bedding van driehonderd meter breed en vijftien meter hoog en kraakt op het dorp Reckingen. (uit: Jan Hertoghs Kind zonder winter. Tzara, 2025. p 292.)]