15.8.26

[In de wolken die voor de bergpas hingen was een onnatuurlijk weerlichten te zien; de artillerie van de Oostenrijkers vuurde net als bij Planica op de flanken van de berg. (uit: Martin Michael Driessen Een ware held. Van Oorschot, 2026. p 29-30.)]

[Lastbilen hade lampor både ovanpå och under förarhutten. Det var som att träffas av en blixt och Elsa och ákkhu blundade när lastbilen dundrade förbi dem. (uit: Ann-Helén Laestadius Stöld. Romanus & Selling, 2025. p 33.)]

[Hij knikt: Natuurlijk weet hij ogenblikkelijk, de bliksem slaat in, wie zij is. Omdat zij nooit uit zijn stiltes is verdwenen. (uit: Jeroen Brouwers Bittere bloemen. Atlas, 2011. p 26.)]

14.7.26

['Fuck you, klootzak' zei ze, zo zacht dat hij het niet verstond; ze walgde van de hele mensheid, maar reed toen weer door, al snel weer gelukkig, weer verbonden met het land om haar heen dat haar volkomen betoverde, en ze hoopte dat de door de bliksem getroffen boom boven op die man zou vallen, zodat de wereld er weer eentje beter op werd. (uit: Dave Eggers Helden van de grens. Lebowski Publishers, 2017. p 247.)]

18.5.26

['De Stoorworm?' vroeg Piekevet. 'Wat is nou precies een Stoorworm? Wat een herrie!'
'De Stoorworm... dat is een kolossale zeeslang, een heel gevaarlijke. Schiet dus nu maar op,' zei de koffiepot. 'Pak die tafel. We moeten als de bliksem weg voordat het te laat is...'
(uit: Wim Hofman De Stoorworm. Querido, 1998. p 23.)]

11.5.26

[Sneeuw op een berg is geruststellend op een prentkaart. Tot die sneeuw aanzwelt en dreigt te kapseizen. Plots barst die massa als de bliksem los, een donderwolk gaat schuiven. In haar grimmig spoor neemt ze tienduizenden tonnen sneeuw, ijs, rotsen en geknakte bomen mee. Die puinhoop maakt een bedding van driehonderd meter breed en vijftien meter hoog en kraakt op het dorp Reckingen. (uit: Jan Hertoghs Kind zonder winter. Tzara, 2025. p 292.)]

11.7.24

[Tijdens de oriëntatiereis stond hij op een dag oog in oog met de geeloogpinguïn en sloeg bij hem de bliksem in. (uit: Marcel Haenen Pinguïns en de mensen. Querido, 2023. p 159.)]

[De nacht was vol weerlichten. Adders van licht die kronkelend en zich opsplitsend in fluorescerende wolken door de noordwestelijke hemel schoten. Het onweer is overgetrokken zonder zich uit te regenen. Maar de afkoeling is ingezet. (uit: Donald Niedekker Kraai. Koppernik, 2022. p 76.)]

5.4.24

[Met haar voeten zat mijn tante op de zitting. Ik pakte haar rechtervoet. Koud.
De bus reed een onweersbui binnen die tot Hamburg zou duren. Onder de donderslagen en bliksemschichten dutte ik in.
'Ich wollte dir schon etwas in den Mund stecken. Du schläfst mit offnem Mund.'
'Habe ich geschnarcht?'
'Ein bisschen.' (uit: Detlev Van Heest Parkeren in Hilversum. Van Oorschot, 2024. p 189.)]

29.12.23

[Joyce was altijd al bang voor de bliksem. Aan de portier beneden gaat hij angstig vragen of er een bliksemafleider staat op het hoteldak. Dat blijkt zo. (uit: Koen Peeters Georges. De bezige bij, 2023. p 26.)]