16.3.05

Litteraturpriset till Astrid Lindgrens Minne

Zou iemand het haar gevraagd hebben? Toen ze nog leefde, bedoel ik. Zou er iemand tot onder aan haar klimboom gelopen zijn en naar de kruin geroepen hebben: "Zeg eens Astrid, als je sterft, is het dan goed als we jaarlijks in jouw naam zo'n vijf miljoen Zweedse kronen schenken aan een internationaal gerenommeerd auteur, illustrator of leesbevorderaar?"

Ik heb Astrid Lindgren natuurlijk nooit gekend, maar ik vraag het me gewoon af. "Geef maar aan Unicef," had ze bijvoorbeeld naar beneden kunnen roepen. Of: "Laat er schuren van bouwen, met stapels hooi."



ps: "Syftet med priset är att stärka och öka intresset för barn- och ungdomslitteratur i världen. Priset ska också stärka barns rättigheter på global nivå," zegt de ALMA-website.

ps: Margareta Strömstedt zegt in Dagens Nyheter ook ongeveer wat ik hier zeggen wil, maar dan beter natuurlijk. En uitgebreider.

15.3.05

boodschap voor meisjes van tien

Bent u een meisje van tien? [Ja.] Ja? Dan bent u vast jaloers op mij, want zal ik u eens wat vertellen? Ik sta samen met An Jordens op de foto. [Met An Jordens?! Van Ketnet?!] Ja, met An Jordens. Van Ketnet.

Zo.

[Waar is die foto van An Jordens dan?] Hier, meisje van tien, maar let wel: ik ben niet André Sollie.. [Wie?] André Sollie. [Hé?] Is niet ik. [Hé?][O, wat leuk, een foto van An Jordens!]

Kijk eens aan. Iedereen gelukkig.

[Alleen een foto? Geen handtekening?]

Nou ja, bijna iedereen.

[Loser!]

Hé.
Vort.

10.3.05

God straft onmiddellijk [doch niet te streng bij kleine zonde]

Vier Koreanen horen boven dat de metro beneden aankomt, onder aan de trap en achter het hoekje. Ze beginnen te lopen, trekken hun stewardessenkoffers op wieltjes achter zich aan en daveren de eerste treden van de stilstaande roltrap af. Mensen beneden stappen uit de metrostellen, komen het hoekje om en lopen de trappen op. Ze lopen voorbij een sensor, de roltrap zet zich in beweging.

Kreetjes klinken. Vier Koreanen liggen op een hoopje bovenaan de roltrap naar boven, op hetzelfde hoopje vier stewardessenkoffers op wieltjes.

Ik moet ermee gelachen hebben. Ja, ik moet ermee gelachen hebben, het kan niet anders, want toen ik enkele minuten later perron 6 opliep zette de trein naar Gent zich net in beweging. Maar het was niet kwaad bedoeld geweest en bovendien niet meer dan een glimlach, zulks beseft toch het alwetend oog. En was er schade geweest, ik zou geholpen hebben.. Dat overtuigde. De volgende trein kwam acht minuten later. Ik sms'te lief: ik ben bijna weer thuis.

5.3.05

Laatst zat ik samen met Jan Mulder op de trein. Hij stapte één halte voor mij af. Dan gaat-ie vast niet heen waar ik heenga, dacht ik toen.

3.3.05

Merkt ook u, aan het uitblijven van verse berichten bijvoorbeeld, dat ik mijn nieuwe job behoorlijk ernstig neem?

24.2.05

Wat hoor ik net in Neon? Een nieuwe van Ian McEwan: Saturday. Woehoe. Eind mei ook in het Nederlands.

de fluiter (9)

Hoor.
Het is de fluiter. Met z'n blauwe jas. Nee, het is geen kind op straat of die nieuwe van hierboven, nee, het is de fluiter met z'n blauwe jas. De fluiter met z'n bontmuts.

Zodadelijk verschijnt hij aan de andere kant van de ruit, dat weet ik. Maar ik zal het niet zien deze keer want de groene gordijnen zijn nog dicht. Dat komt door de ochtendkoude. Dat komt door de enkele beglazing en het grote oppervlak. De kachel heeft nog moeite met de koude van afgelopen nacht en het opwarmen gebeurt dan in stapjes; eerst met de gordijnen dicht, dan met de gordijnen open.

Vannacht zat hij weer in m’n droom, de fluiter. Maar hij was niet alleen, er waren ook de mensen die aanwezig waren bij de overval op het postkantoor hier bij het station. Ik zat er toevallig – zo gaat dat in dromen – op een stoel bij het raam, keek uit op de straat. Lief stond aan het loket, de fluiter kwam op straat voorbij, zo hoort het, en ik probeerde ongemerkt te zwaaien. Ik weet niet meer of het lukte, of hij me zag, en of de man de postzegels kreeg die hij vroeg. Misschien kreeg ikzelf wel een kogel in mijn zwaaiende hand. Of was het een alarmpistool? Er zat in elk geval een hele troep zebravinken graantjes te pikken op de stoep aan de overkant, bij de fietsenrekken.

Hoor.
Het geluid wordt minder. Hij ging ongetwijfeld naar rechts, drinkt misschien zodadelijk een koffie met jenever in café ’t Vat, kruist in de krant zijn favorieten aan voor de Omloop Het Volk. Of vraagt iemand hem dat boek van Bordewijk op de bovenste plank aan te reiken – zijn armen zijn toch zo kort, meneer.

- eerder: (8bis) (8) (7) (6) (5) (4.5) (4) (3) (2) (1) -

22.2.05

lunchen met Gerda

Ik had boterhammen gesmeerd met kaas en kipfilet. Die zouden we tijdens liefs middagpauze opeten in de cultuureel verantwoorde snackbar, zoiets doen we wel vaker.

Links van mij in die snackbar zat een laureate van de gisteren uitgereikte CultuurPrijzen Vlaanderen. Twaalfduizend vijfhonderd euro heeft zij gisteren gewonnen, dacht ik. Proficiat, dacht ik, en schrijft die man aan de andere kant van het tafeltje elk woord op dat zij zegt, of heeft hij ergens een dictafoontje verstopt? Is dat steno? Ik vroeg aan lief of zij wist wie er zoal CultuurPrijzen gewonnen had dit jaar. Zij wist het ook. Ze draagt een witte onderbroek, zei ik. Nee, zei lief, paars. En ze had gelijk: lichtpaars was het. We spraken er nog wat over, en over mensen van vroeger die in studentenverenigingen zaten en ondertussen trouwden. Over de jeugdboekenweek en de kinderjury, over Stockholm, tijdschriften en rode lippenstift. Ik kreeg een telefoontje van iemand die mij werk aanbieden wou; belt u me op het einde van de week opnieuw, zei ik, dan weet ik meer, zei ik. Bedankt. Tot ziens.

21.2.05

bokrean

Waarom? Waarom zijn u en ik niet in Stockholm op dit ogenblik? Morgen beginnen de boekensolden en Gregorius moet nog gehaald.

Stel je voor. Ik was er, ik kocht het boek, ik liep ermee door Östermalm. Het zou fris zijn, een graad of drie onder nul, maar droog en zonnig en ik zou glimlachen met dat boek in mijn tas en het noordse licht tegen de gevels. En ik ging met lief nog eens naar historiska museet, waar we na een rustige rondgang - verbazend weinig andere mensen hier - in het museumcafé zouden zitten. Lezen in mijn nieuwe boek en zij in het hare. En er zouden bullar zijn en ook iets warms van een meisje dat glimlacht en 'hejsan' zegt. En in mijn achterhoofd zou ik weten dat ik nieuw en interessant werk zou hebben bij thuiskomst.

19.2.05

Er zitten twee gratis filmtickets in mijn portefeuille. Ze zijn voor Sideways, de film met de mooist gekleurde filmaffiche van het ogenblik. We gaan hem zien, lief en ik, en misschien wel morgen na het uitslapen en de croissants, de sandwiches en de tonijnsla. Maar daarvoor is er nog vanavond, daarvoor lees ik een boek en drink ik trappist uit Orval. En dat, beste vrienden, maakt mij behoorlijk gelukkig.