Posts tonen met het label vims. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vims. Alle posts tonen

11.11.22

Vannacht zag ik in een droom een vlucht putters en later ook een sperwer.

Ik was - in mijn droom - op een bijscholing, of een overleg. We zaten aan een lange rij tafels met daarachter ramen als in een kantoorgebouw. Achter de ramen: koterij.

Een vlucht putters zagen we voorbij de ramen heen-en-weren. Het stoorde het overleg niet dat we de putters bekeken vanaf onze plaatsen. Niet veel later zat er een sperwer op een dakrand ergens links bij de koterij. Daar wezen we iedereen in de vergadering op. Die komt natuurlijk op die putters af, zeiden we.

Direct erna bleek de sperwer al een prooi te hebben. Het was een wit konijn. Nee, dat kan niet, zeiden we. En ook: dat is natuurlijk te zwaar.

Mensen gingen bij het raam staan om beter te kijken. De sperwer vloog op, het konijn scheurde in tweeën, een deel viel naar beneden.

[Later in de droom stond ik op straat en bleek een meisje, een dwerg, stukken van een lijk te snijden en overal achter te laten. Ik herinner me een reusachtig oor. We keken dat even aan. We stonden op een verkeerseilandje. Een politievrouw kwam langs en toen we haar op de dwerg wezen, begon ze de straat schoon te spuiten met een tuinslang. Bloed spetterde zo op en maakte mijn witte schoenen rood, of nee, donker oranje. Alsof ik spaghettisaus gemorst had.]

[Te weten hierbij: ik bezit geen witte schoenen.]

30.4.22

Tijdens een nacht op een eiland, zag ik in een droom een rode wouw.

Het was op een zonnige dag en hij vloog laag over mijn hoofd naar het zuiden over een grazige strook met links en rechts een bosrand - en anders was het over de voetgangersbrug in Berchem. Ik zag zijn poten onder zijn lijf bungelen. Die poten waren geel.

Daags na de droom bezocht ik het natuurhistorisch museum te G. Aan het plafond in de zoogdierenzaal hingen roofvogels allerhande, maar van de rode wouw zijn in normale vlucht de poten niet te zien. In een diorama met rode wouwen aan het nest bleken de poten later inderdaad geel. Ik vond dat aangenaam.

2.4.22

In een droom zag ik - vannacht wellicht - tot tweemaal toe een bruine kiekendief, een vrouwtje.

Iemand was op me aan het wachten, maar ik bleef nog even kijken achter de hoek van het gebouw.

8.8.21

Een kleine week geleden zag ik in een droom een kneu, een ooievaar en enkele kraaiachtigen. En eerst had ik een roodborsttapuit gehoord.

Ik liep over een betonbaan langs iets wat ik Kalmthout noemde. De wandeling liep op zijn einde en ik hoorde het getik van een roodborsttapuit. Ik moest de baan oversteken om de omheinde ruigte te bekijken. Een auto stopte links in de berm.

Door mijn kijker kon ik de roodborsttapuit niet vinden, maar in een struik zag ik een kneu en een ooievaar stond in het gras te peuren. De ruigte leek ondertussen al meer op een weilandje aan de rand van een dorpskern. Er liepen allerhande kraaiachtigen op.

Ondertussen was uit de geparkeerde wagen een man met een witte baard uitgestapt. We praatten over de naam van de plaats. Iets met Kalmthout. De man met de baard zei datti een woordgrapje over de plaatsnaam had willen maken, maar het grapje vergeten was. Het dorp leek Ardens. De man vroeg of ik S.V. kende. Dat is mijn dochter, zei ik. Dan zijn wij familie, zei hij.

4.6.21

Een week, anderhalve week geleden, zag ik in een droom een sperwer.

Ik zat in een tuin, wellicht het terras van een café. Tussen bomen hingen valggetjes of lampions, her en der stonden tafels, mensen zittend errond. En daar vloog dan een sperwer tussen. Het was een vrouw aan een andere tafel die hem op soort bracht - zelf had ik hem amper gezien.

31.3.21

Vannacht hoorde ik in een droom een bosuil. Of ik hoorde hem in het echt - weinig is zeker.

28.3.21

Vanmiddag, rond enen, dommelde ik weg op de drempel van mijn ouderlijk huis, met mijn rug tegen de voordeur. In mijn droom zag ik twee grutto's.

Die grutto's waren erg rood geweest. En ik had ze wellicht gezien in het gebroekt - ik had door een telescoop staan kijken, had erbij gedacht: rood!

9.3.21

Vannacht zag ik in een droom een oehoe.

Ik wandelde met enige anderen door de stad, Antwerpen werd eerst gezegd. Er was een bouwplaats, alles was platgelegd en daarachter, op een binnenplaats zagen we een oehoe springen. Eén van ons bleek aan die binnenplaats te wonen en was al op de hoogte: die oehoe zat er al langer.

Ik probeerde met mijn nieuwe telefoon een overzichtsfoto van de wijk te nemen, want we klommen ondertussen een heuvel op, het was misschien eerder Rochefort. Ik probeerde een foto te nemen. Met mijn nieuwe telefoon. Of was het een tablet? Ik probeerde een foto te nemen, maar ik kreeg de camera niet open. Steeds opnieuw kwam er een soort 3D-gegenereerde kaart naar boven, een kerk in bruine baksteen erbij. Ik gaf het op, we waren ondertussen ook al een heel eind verder.

22.2.21

Eind vorige week zag ik in mijn slaap twee ooievaars.

Tegen de straatkant bij nummer 48 zat een rechthoekige waterbak in de grond. Een drinkbak? Een strakke vijver, zoals bij Victor Campenaerts? Alleszins: er zat een laag ijs op het water en daaronder zag ik twee lange rode snavels, ooievaars. Ik stampte het ijs stuk en de ooievaars vlogen dadelijk weg. Er bleken ook aalscholvers en pinguïns in het water te zitten. Ik zag de meisjes bij de voordeur hun laarzen en regenjassen aantrekken.

4.2.20

In de nacht van zondag op maandag hoorde ik in een droom een zanglijster.

Ik was met iemand – ik weet niet wie – in een kamer – ik weet niet welke. Wellicht was die iemand een vrouw en droeg ze een lichtblauwe jeans. Het kan zijn dat het met het werk te maken had. Wat er ook van zij: ik opende het raam boven de tafel en hoorde een zanglijster. Hij zong.

25.7.18

Om 00:18u hoorde ik een witgat boven de koer overvliegen. Ik hoorde: tiebie wit-wit-wit. Dat noteerde ik: "tiebie wit-wit-wit". En het uur "00:18u", dat schreef ik er ook bij, er gaat al genoeg verloren.

Een onlangs gestorven nonkel van mijn moeder, dat moest ook nog maar niet verloren gaan, kon een huis binnenkomen en dadelijk roepen: "Ik blijf eten hè."

Tussendoor nog een vogel uit mijn slaap. Visarenden. We keken uit op de speelplaats van een lagere school. Er vlogen visarenden. Ze zaten ook op palen die normaalgezien gebruikt worden voor balspelletjes.

12.6.18

Afgelopen nacht zag - en hoorde - ik in mijn droom een grote karekiet. Mijn vrouw was er ook bij.

4.4.18

In de nacht van maandag op dinsdag zag ik in mijn droom een huismus.

Ik wandelde door een park, misschien het Elisabethpark in Ganshoren, en zag rechts naast het pad een huismus. Nee, het waren er twee - ze aten van achtergelaten brood. Ik greep er één met mijn rechterhand en wandelde verder, huismus (vrouwtje) in mijn hand, maar ik zat ermee verveeld dat de vogel luid begon te piepen. Ik zette haar weer neer, rechts van het pad.

Weer wakker, dinsdag, dacht ik terug aan de kuifmakaak die ik eens een huismus zag pakken. En nu, dit tikkend, zie ik de vos voor me die ik vanmiddag zag bij het Galgenweel. Dood was die.

2.3.18

En een roodhalsgans!

Ja, ook een roodhalsgans zag ik, in een droom. Het kan makkelijk een week of twee geleden zijn.

1.2.18

Smienten!

Van de week, of misschien de week ervoor, zag ik in een droom smienten.

5.1.18

Op een woensdagvoormiddag, half december, zag ik in mijn slaap een roodstuitzwaluw.

Ik lag op de zetel te dutten en wandelde in een droom op straat voor mijn ouderlijk huis. Het waaide. Ik was warm gekleed. Tussen de berken en boven het poortje van de ezelenwei vloog een roodstuitzwaluw. Ik probeerde hem te fotograferen met mijn roze toestelletje en was erg verbaasd dat ik hem op beeld kreeg - het was een blauw-oranje veeg. Een ijsvogel, kon je vermoeden, maar ik wist beter: een roodstuitzwaluw.

26.8.17

Eén of twee nachten geleden zag ik in een droom zeventien gierzwaluwen. Mijn vrouw was er ook, in die droom, zij had ze nageteld. Het landschap was heuvelachtig en de gierzwaluwen trokken van rechts naar links over. Ik dacht: dat is al best laat op het seizoen.

20.8.17

Halverwege afgelopen week zag ik in een droom een groepje huismussen.

Ik wandelde langs plaatsen die ik kende en vaker bezocht naar mijn ouderlijk huis. Onderweg, bij een leeg voetbalveld, kwam ik mijn vader tegen en hij liep met me mee verder. We liepen over paadjes met nat gras. Ik weet niet of we spraken.

We kwamen bij het huis aan vanuit het noorden. Het kanaal was er niet, maar vlak voor we de tuin bereikten, zagen we rechts aan de overkant van een paardenweide een groep mannen trainen - misschien politieagenten. Ze zagen er ietwat ridicuul en baldadig uit. Er waren opblaasfiguren, misschien springkastelen ook. In de buurt zaten vogels die op papegaaien leken en bij het binnenkomen van de tuin verdwenen er huismussen in de struiken.

Mijn dochter bleek in de tuin te spelen, mijn moeder was er ook. Alles leek goed.

---

[+dit schreef ik eind mei]
Een week of wat geleden zag ik in een droom een beflijster. We zaten op de trein en naderden vanuit het noorden de stad, Ystad, toen we hem links zagen zitten in het glooiende landschap. Iemand sprak over Edegem.

15.2.17

Enige nachten geleden zag ik in een droom twee zwarte roodstaarten.

Nu ja, de gebruikelijke reserves daarbij - tegenlicht. Ze vlogen naar paaltjes met een doorhangende draad ertussen, een afsluiting.

3.2.17

Vannacht zag ik in een droom een roerdomp.

In huis, in een betrekkelijk kleine kamer was er een rietkraag met over die rietkraag een laken, of een lege dekbedovertrek - blauw-groen, gebloemd. In die rietkraag de roerdomp. En regelmatig wou-ie eruit, natuurlijk. En dan weer vlug erin, natuurlijk. Etc. Redelijk hectisch.