14.6.05

Henri van Daele: 'De Omgekeerde Dendermonde'

Wat niet helemaal staat in Henri van Daeles De Omgekeerde Dendermonde maar er wel had kunnen staan:

HET BOEMELTJE* van twintig na twaalf puft* dapper door de dorpjes van het Waasland* en plast als een incontinent* hondje tegen elk stationnetje. Niet spuwen. Verboden uit het raam te leunen. Gebruik het toilet niet terwijl de trein stilstaat*.

---
boemeltje stoptrein
puffen blazend ademen als gevolg van de warmte of de grote inspanning
Waasland regio in het Oosten van Oost-Vlaanderen, rond Sint-Niklaas
incontinent niet in staat de urine op te houden
niet spuwen… zulke verboden hingen in de jaren 1960 in de Belgische treinen
Het staat er dus niet echt zo op pagina 119 (de sterretjes en de bijbehorende woordverklaringen ontbreken), maar het had er zo kunnen staan, jawel, want dit staat bijvoorbeeld wel helemaal op pagina 118:
‘Wat schaft de pot vandaag, Melanie?’
Bliksem*!’ zegt Melanie.
‘Puree met appeltjes en ajuin*?’
‘Eet een bordje mee!’
‘Ik zou wel willen,’ zegt Degroote verlekkerd, ‘maar we moeten nog iemand schaduwen!’

---
bliksem aardappelpuree met uien en appels
ajuin ui
Het zou potverdrie gemengd fruit kunnen zijn. Het is jammer dat een best goed boek zo lullig met sterretjes omgaat. Ze staan bij “Vlaamse woorden en uitdrukkingen die dit verhaal een eigen kleur geven” (p 9) en die achteraan in een woordenlijstje verklaard worden. Soms zijn die sterretjes buitengewoon overbodig en daardoor ook buitengewoon hinderlijk; u ziet hierboven ook wel waarom. Veelal duidt de context in het boek de betekenis al veel efficiënter, harmonischer, echter, en dat zonder de vertelstem (en zijn kleur) te onderbreken.

Verder krijg ik weinig klachten over De Omgekeerde Dendermonde uit mijn Azerty*, maar in de buurt van De zomer van de snoek van Jutta Richter – voorlopig het zomerboek van het jaar – komt het nog niet. Dat laatste is het mes en de pleister in één volgens lief op drijfhout, en ze heeft gelijk.

Henri van Daele De Omgekeerde Dendermonde. Tielt: Lannoo, 2004.

---
azerty Frans schrijfmachineklavier, genoemd naar de eerste letters op het toetsenbord (p 132)

10.6.05

Vier zaken die op donderdag 9 juni 2005 bijzonder fijn waren:

  • de werken op de Antwerpse ring
  • konijntjes
  • kroonprinsen-lookalikes
  • oordopjes van de Hema (groene ~)

Vier zaken die op donderdag 9 juni 2005 minder fijn waren:
  • stadsjeeps
  • kopieerapparaten
  • oude sportschoenen van Nike in de kleuren oranje en blauw
  • modale hulpwerkwoorden

3.6.05

Drie elanden in de keuken. Dat hoort zo.

de fluiter (13)

Nooit eerder zag ik hem zo noordelijk. Hij tuurde naar een etalage met trommels en tamboerijnen en de zon stond op zijn rug. Ik bleef luisteren want het was een hele tijd geleden en omdat hij het niet erg vond – wis en waarachtig, anders floot hij niet – staarde ook ik naar trommels en tamboerijnen en naar handpoppen voor kleuterjuffen en naar meeuwen met kleine jongens op hun ruggen.

Zo, dacht ik, ik was je al bijna vergeten; het is waar wat men zegt van oog en hart. Heb je internet trouwens, bekeek je de valkenwebcam al? Ik stuur je het linkje wel even door als je wilt. En: heb jij kleinkinderen misschien? En hoe jong zijn die dan en zijn het meisjes of jongens? Zeger, dat zou een mooie naam zijn, of misschien iets met een o. Een vriend van mij wordt vader, zijn vriendin moeder, misschien ken je ze wel; je liep vaak hun richting uit op de middag. Loop je nog steeds dezelfde route? Maar ik blijf niet te lang, nee, ik moet een ladder ophalen en ook nog wat wortelen en kiwi's; bananen als ze er goed uitzien. Zal ik een plannetje tekenen van de route naar mijn nieuwe appartement en gaan we in het najaar samen naar de zesdaagse; we kunnen dan plaatsen nemen aan de laatste bocht.

Hij stond nog steeds bij de tamboerijnen toen ik verderliep. Ik haalde wortelen en kiwi's en ook het laddertje en het fietsslot. Toen ik thuiskwam was lief weer wat minder ziek dan voordien. Alles komt goed, dacht ik, en ik zei het ook tegen haar: alles komt goed. Ik zag de fluiter, zei ik. Ik denk dat hij ook gelukkig is, dacht ik. Ik knipoogde naar elk van de drie elanden in de keuken en begon aan het avondeten. Aardappelen, wortelen en kip.

- eerder: (12) (11) (10) (9) (8bis) (8) (7) (6) (5) (4.5) (4) (3) (2) (1) -

29.5.05

Uren poetsplezier. Uren.

26.5.05

Uren kijkplezier. Uren.

Update (27.05.2005):
Uuuuuren.

24.5.05

Mars voor slachtoffers van asbest

Ik werk laat, dat is een feit. Maar ik werk niet laat genoeg om nog vóór het werk een deftig avondmaal te eten, en dus eet ik laat - ja, erg laat. En dan eet ik veel, want ik heb lang niets gehad.

Omdat ik met een volle maag niet wil gaan slapen, lees ik na het eten nog een uurtje (of twee); eerst in een goed boek en wanneer ik daar te moe voor word nog even op het web. Dan komt het moment dat ik bij het lezen van de titel "Mars voor slachtoffers van asbest" denk dat de wetenschap eindelijk een doeltreffend medicijn op basis van melk en karamel gevonden heeft dat asbestgebonden aandoeningen kan tegengaan. De ziekenkas zal het volledig terugbetalen bovendien.

Op dat moment, ja op exact dat moment, moet ik in mijn bed.

22.5.05

evernote

De virusscanner leefde in onmin met de mailserver. Ik wou ze weer verzoenen en kwam Evernote tegen. Virusscanner en mailserver leven ondertussen nog steeds in onmin maar ik kan nu wel overzichtelijk bijhouden dat ik (1) de virusscanner moet verzoenen met de mailserver, en (2) in de zetel moet gaan zitten met een boek.


21.5.05

Ooit wilde ik landmeter worden. Het is een mystieke job; wat ze precies doen met die stok en dat kijkmeubel weet niemand. Bovendien dragen landmeters laarzen, doen ze dingen met kaarten en mogen ze uren turen over lanen en weides. Soms begeven ze zich tussen het dagdagelijkse gewriemel in drukke straten, maar ze maken nooit zelf deel uit van dat gewriemel; ze staan erboven; ze vertegenwoordigen een groter, tijdlozer gegeven, de rust van een onverzettelijke en aantoonbare waarheid. Ze werken grondig, niet gehaast, niet te snel. Ze zijn goed, ze zijn zwijgzaam. Ze vinden het niet erg als het een beetje regent. Het zijn helden. Ja, ooit wilde ik landmeter worden. Net als Frank Westerman:

Ooit wilde ik landmeter worden. Ik voelde mij aangetrokken tot de landmeters bij ons in de straat - mannen in oranje hesjes met reflecterende strepen. Turend door hun kijkers liepen ze alle dingen in de omgeving na, gewoon voor de zekerheid: of alles inderdaad zo was als het leek. (uit: Ingenieurs van de ziel.)
Maar ik ben geen landmeter, nee, maar dat is Frank Westerman ook niet, en wij schamen ons daar niet voor. Nu trek ik het gewriemel in, op zoek naar lief en eventueel een fototoestel.

20.5.05

Pierre Michon: 'De hengelaars van Castelnau'

En dan te bedenken dat het al weken in het boekenrek staat, dat ik deze zinnen al veel eerder had kunnen ontdekken, lezen; al veel eerder had kunnen overtypen ook.

Er stoppen geen treinen in Castelnau, het is ver van de wereld; autobussen die 's ochtends uit Brive of Périgerueux zijn vertrokken lossen je er laat op de dag, aan het eind van hun ronde. Het was nacht toen ik tamelijk verdwaasd op mijn bestemming aankwam, midden in een jacht van septemberregens die opstoven tegen de koplampen, in het zwiepen van grote ruitewissers. Van het dorp zag ik niets, de regen was zwart. Ik nam mijn intrek in het enige hotel van het dorp, Chez Hélène, op de richel van de rotswand, hoog boven het stroomdal van de Beune, de grote tak van de rivier. Van de Beune zag ik die avond ook niets, maar toen ik me uit het raam van mijn kamer over nog zwarter duister boog, meende ik achter de herberg een gat te ontwaren.