Er loopt heel wat mis in het administratieve leven – ik vertel niets nieuws – en daarom loop ik om de paar maanden langs bij het appartement met de grote ruit en de extra brede stoep. Ik haal er dan loonbrieven, rekeningen, soms reclame voor de jolige supermarkt.
Zo ook donderdagnamiddag. Ik negeerde mijn zware tas en liep ontspannen met de handen op de rug. Ik floot een wijs, zoals dat hoort op de strook tussen stationsplein en appartement; ik dacht aan examens en vers fruit.
Eerst leek het een echo – want nee, een nieuwe huurder kon het bezwaarlijk zijn, toch niet in dit seizoen van gesloten ruiten, en de spelende kinderen zaten allemaal op school; ze leerden van –d en –t. Het leek eerst een echo, maar dan wel een echo onafhankelijk van mijn inzet, een echo ook die steeds dezelfde wijs herhaalde. U denkt misschien: het was de fluiter, maar ook dat klopt natuurlijk niet; ik schreef toch net steeds dezelfde wijs.
Hij floot steeds dezelfde wijs en was donkerder van huid en haar, had ook een baard. Geen bontmuts, geen blauwe jas, maar een grijze vest en een muts van wol. Een nieuwe fluiter, dat was hij. Met baard, grijze vest en muts van wol.
Ik belde aan bij de grote ruit en kreeg van E. een bundel enveloppen – een eindejaarspremie van 107,89 euro, mag dat een dertiende maand heten? Ik wou E. vragen iets te drinken bij Baziel zodat ze me kon vertellen over het appartement. Want komt hij nog langs, vroeg ik me af, of is hij toch verdwenen? Dood? Begraven? Verstrooid? En die nieuwe, komt die vaak?
Maar ja, ik ken haar amper en val al genoeg mensen lastig – ik vertel niets nieuws.
Na donderdag komt vrijdag – ik vertel niets nieuws – en lief en ik waren in de jolige supermarkt voor dinokoeken en water. Ik zag hem al van bij de plakjes Gouda: hij stond bij de tonijnsla, de krabsla, de kip andalouse. U denkt misschien met een grijze vest en een muts van wol, maar dat klopt niet, nee. Het was de fluiter met zijn bontmuts en zijn blauwe jas. Hij had de handen op de rug. Ik stootte lief aan en zei: het is de fluiter.
We moesten dichter komen en goed luisteren bovendien, maar hij floot. Het was mijn eerste keer in een overdekte ruimte. Hij floot. Hij kocht een grote kookpot, klemde hem met beide armen tegen zijn buik. Alles komt goed, dacht ik. Altijd en overal, waarachtig en wis.
- eerder: (14?) (13) (12) (11) (10) (9) (8bis) (8) (7) (6) (5) (4.5) (4) (3) (2) (1)
15.1.06
de fluiter (15)
>>
peren
>>
01:19
>>
0
reacties
12.1.06
Kijk eens aan, kijk eens aan. Drie in één:
'Vooruit!' riep mejuffrouw de Kerros, die in vuur geraakte, 'zing maar op. Alles wat je maar wil.' En zij liet, als de bliksem* zo snel, haar vingers over de toetsen glijden, vanaf de dondernoten in de linkerhoek tot helemaal ginder aan de andere kant.Oorspronkelijk uit 1910, maar blijkbaar nog steeds dynamisch in ontwikkeling.
'Alles welbeschouwd speelt zij niet zo slecht,' zei madame Dumoulin tegen de heer Brulot, 'jammer dat zij er zo uitziet.' Zij had haar ogen half dicht geknepen en sloeg met haar voet de maat op de vloer.
(uit: Willem Elsschot Villa Des Roses. Amsterdam: Athenaeum, 2002. p 100.)
'Vooruit!' riep mejuffrouw de Kerros, die in vuur geraakte, 'zing maar op. Alles wat je maar wilt.' En zij liet, als de bliksem* zo snel, haar vingers over de toetsen glijden, vanaf de dondernoten in de linkerhoek tot helemaal ginder aan de andere kant.
'Alles wel beschouwd speelt zij niet zo slecht,' zei madame Dumoulin tegen de heer Brulot, 'jammer dat zij er zo uitziet.' Zij had haar ogen half dicht geknepen en sloeg met de voeten de maat op de vloer.
(uit: Willem Elsschot Villa Des Roses (in Verzameld Werk). Amsterdam: Querido, 2001. p 72.)
"Vooruit!" riep mejuffrouw de Kerros, die in vuur geraakte, "zing maar op. Alles wat je maar wilt." En zij liet, als de bliksem* zo snel, haar vingers over de toetsen glijden, van af de dondernoten in de linkerhoek tot helemaal ginder aan de andere kant.
"Alles wel beschouwd speelt zij niet zo slecht," zei madame Dumoulin tegen de heer Brulot, "jammer dat zij er zo uitziet." Zij had haar ogen half dicht geknepen en sloeg met de voeten de maat op de vloer.
(uit: Willem Elsschot Villa Des Roses (in Verzameld Werk). Amsterdam: P.N. Van Kampen en zoon, 1960. p 71.)
>>
peren
>>
16:52
>>
0
reacties
7.1.06
Kader Abdolah: 'Het huis van de moskee'
[Eerst een flash-back naar 8 december: Koen Peeters en Kader Abdolah zijn samen op Passa Porta; misschien roken ze een sigaar. Vraagt Abdolah: “Koen, hoe zit dat nu met de Belgische taal?”, zegt Peeters: “Blijf nog even, drink nog iets.”]
[Nu terzake.][Kader Abdolah: 'Het huis van de moskee']
Ik zag Kader Abdolah voor het eerst op een studiedag over voorlezen. Hij gaf een lezing, had het met horten en stoten maar vooral met passie over Annie M.G. Schmidt en Jip en Janneke. Ter afsluiting las hij voor uit Kélilé en Demné. Het moet in 2003 geweest zijn; september, misschien oktober. Ik kende twee andere deelnemers aan de studiedag maar geen van ons drieën had al iets van Abdolah gelezen. Wel waren we alledrie onder de indruk van charisma, verteltrand, snor. Het stond vast dat ik hem zou lezen.
In 2004 begon ik eraan: eerst De reis van de lege flessen, later – in één ruk in een Brugs café – De adelaars. Begin 2005 werd ik overrompeld door Spijkerschrift en zag ik Abdolah zelf een tweede keer: hij kwam de bistro binnen waar lief en ik op luie dagen een warme avondmaaltijd nemen. Hij koos een sigaar uit de doos en zette zich met een jongedame aan het raam rechts van de deur. Even kwam ik in de verleiding om hem te zeggen dat Spijkerschrift wonderschoon was, dat het me bij Multatuli had gebracht, dat ik hem daarvoor dankbaar was. Maar zulks deed ik niet. Natuurlijk niet. Zo ben ik wel: zo ben ik niet.
Het begin van Het huis van de moskee baadt in de sprookjessfeer die ik zo graag bij Abdolah lees. Oude Perzen brengen hun dagen door met thee en tapijten, vrouwen lopen ruisend langs, vogels brengen de geheimen uit de paleizen in de heuvels mee. In zijn typische beknopte stijl schets hij het wedervaren van een kluwen aan personages. Het is bijzonder dat we niet verdwalen tussen al de vreemde namen en ook dat toont Abdolahs meesterschap.
Ik noemde de stijl beknopt. Zuinig zou ook kunnen, maar dat is te weinig Iraans, te Hollands, dat neigt te zeer naar gierig en berekend en is daardoor fout. De zinnen zijn kort, te veel details hoeven niet. De tekst en het geschetste leven kunnen zonder. [Wie Abdolah al eens hoorde spreken kan denken: de man kent eenvoudigweg niet meer Nederlands. De man zou misschien wel overdadiger willen schrijven, maar heeft daarvoor te weinig Nederlandse adjectieven in zijn Perzische hoofd zitten. Ik geloof daar niet in; Abdolah weet wat hij wil.]
In het tweede deel van het boek maakt het mythische, sprookjesachtige en mysterieus oosterse plaats voor een aardsere sfeer. De voeten komen vaster op de grond en geschiedschrijving en politiek dringen de poëzie een half metertje de coulissen in, tegelijkertijd wordt ook het tempo nog opgevoerd. Ik ben er nog niet helemaal uit of ik dat een goede of een slechte zaak vond. Mijn aandacht en leeslust werden er alleszins niet minder door; wie een familie-epos in Perzische traditie lezen wil, voelt zich misschien bedrogen – helaas. Maar nee, wat mij betreft: hulde. En een Nobelprijs in 2020.
Kader Abdolah Het huis van de moskee. Breda: De Geus, 2005.
>>
peren
>>
01:37
>>
0
reacties
6.1.06
'Nu zijn we op de site van Antonio Bliksemsnel* Pizza. Dat is hier in de buurt. Maar eigenlijk speelt de afstand geen rol. Als we willen, kunnen we pizza in Italië of Amerika bestellen.'
'Die is toch koud als ze hier aankomt,' zei Jaromir.
'Inderdaad,' antwoordde de technicus. (uit: Martin Ebbertz Het kleine mannetje Jaromir. Hasselt-Amsterdam: Afijn (Clavis), 2004. p 73.)
>>
peren
>>
20:10
>>
0
reacties
2.1.06
pas 2 dagen ver in 2006 maar al heel wat wijzer
Lou de held Reed speelt een interessante bijrol in een film; hij draagt er een vreemde bril.
Tot een jaar of twee geleden dacht ik dat het in Blue Velvet van David Lynch was. Die illusie werd doorprikt toen ik de film zag. Vanaf die avond, en dat tot gisterennacht, was ik ervan overtuigd dat het in Smoke was (Wayne Wang, scenario van Paul Auster). Tot gisterennacht dus, tot Smoke op Nederland 3. Maar nu ben ik – want lief zocht het op – zeker: het is in Blue in the face (door diezelfde Wayne Wang, scenario van diezelfde Paul Auster, hetzelfde "Blue" in de titel).
[bril]
>>
peren
>>
19:39
>>
0
reacties
29.12.05
We gingen de stad in, lief en ik, om te bekomen van de witte wijn van gisteren. Ja, we gingen de stad in. Bovendien hadden we 10 euro om uit te geven.
We zagen Walter van den Berg. Er viel heel wat sneeuw, we gaven 10 euro uit, we dronken wat, er was een brandje.
Ja, wij maken heel wat mee. Het is wat.
>>
peren
>>
20:16
>>
0
reacties
28.12.05
een lezer / een eiland
Leest u mee in DN?
In 2005 verschenen er in Zweden zo'n 12.000 boeken. De gemiddelde lezer / Svensson leest 3000 boeken per leven.
Möjligheterna i urvalet, uppmuntran att individualisera sitt läsande, gör varje läsare till en ö. Och är det någonting som vill uppmuntra till diskussion och meddelande så är det böcker. (Jonas Thente in DN)De verhoudingen maken dat zowat niemand leest wat Svensson leest. Dat maakt dat Svensson met hoogst individuele boekervaringen zit en zijn leesenthousiasme over een en ander niet met eender wie delen kan. Dat maakt dat Svensson een weblog opzet.
>>
peren
>>
10:03
>>
0
reacties
23.12.05
Jan van Mersbergen: 'De hemelrat'
Toen
Op 10 mei 2005 las ik Jan van Mersbergens tweede boek, De macht over het stuur, uit. Het was dinsdagavond en iets na tien. Lief en ik waren het weekend voordien verhuisd en ik zat op de trein tussen Brussel en Gent. Ik zie het nog voor me; ik zat alleen op een plaats voor vier, tegen de rijrichting in, links het raam en op het tafeltje De macht over het stuur met ernaast een stapel briefpapier. Verderop zaten de West-Vlaamse cipiers; ze lazen in De Da Vinci code.
Ik heb die avond op de trein uit puur post-lees-enthousiasme enkele vellen gevuld. Eerst over De macht over het stuur, en daarna was er ook een aanzet tot kortverhaal met daarin een station, een bremstruik en een ziek meisje. Ik zoek al een halve namiddag naar die vellen papier. Ze hadden het briefhoofd van mijn werk – eerder die dag hadden we collectief brieven naar ministers geschreven – maar nu bestaan ze blijkbaar alleen nog in mijn hoofd. Het is tijd om de herinnering hier te bewaren.
Ik weet nog dat ik behoorlijk lovend was over stijl en sfeer. Dat ik het een ontdekking vond, dat ik me voornam om het nieuwe werk te blijven lezen. Ook stond er een lovend citaat op de achterflap waar ik een probleem mee had. [hier helpt google]
In dit werk zoemt en lispelt een grote woede. (Kees 't Hart)En het is niet moeilijk mijn probleem met dat citaat weer te vinden. Dit werk zoemt, dat klopt, maar lispelen doet het niet. Het is net erg zuiver, zonder geslis.
Nu
Maar dat was toen, dat was De macht over het stuur. De afgelopen dagen las ik De hemelrat, Jan van Mersbergens derde roman. In een oordeelsaanval zei ik tegen lief "dit wordt echt een groot schrijver". Opnieuw is er een sfeerschepping die er wezen mag in een aangenaam passief verhaal. Er is weinig uitleg en weinig expliciteringsdrang maar vooral geborrel ver onder de oppervlakte. Dat is goed. Dat is aangenaam. En weer is er een lovend citaat van Kees 't Hart op de achterflap:
Adembenemende vertelkunst, dwingend van opbouw, zwijgzaam over drijfveren en verlangens, onverbiddelijk uitmondend in wat niet meer te zeggen valt. (Kees 't Hart)Ditmaal kan ik er wel helemaal mee instemmen. Ik vond het goed, net iets te lang, dat is alles. (Het einde had er niet meer bij gemoeten; het punt mocht op p 169 i.p.v. op p 175. Ook, maar dat is echt een detail: de conversatie tussen Edward en de vrouw op het station p 151 en 152 hoefde niet.) Nu ja, dat was niet alles – dat was een leugen – want er is ook dit: Jan van Mersbergen moet een nieuwe eindredacteur zoeken, of toch een extra kracht die alles nog eens een zevende keer naleest op dwaze spelfouten want [en u denkt er natuurlijk overal de (sic) bij] fouten als hieronder zijn altijd irritant:
- p 7: In de boekenkast lagen studieboeken en mappen met aantekeningen. Sommigen zaten nog in het plastic omhulsel.
- p 46: Tom stapte hij uit zijn schoenen en deed de leren klompen aan die onder het bankje stonden.
- p 69: Ze zei tegen hem dat ze toen ook in de tram zaten, met de rat, en hij knikte en ze lieten ze tram wegrijden.
- p 87: Zijn arm sliep, de spieren tintelde en hij kon zijn arm niet meer bewegen.
- p 164: Er zaten nog meer mensen in witte jassen in de kamer en ze hadden papieren en mappen voor zich leggen en het leek erop dat ze een vergadering hadden.
Hij zag de tram niet aan komen rijden, het gele gevaarte stond opeens voor zijn neus en hij stapte in, ging op een bankje zitten en liet zich de stad in rijden. De tram slingerde speels door de bochtige straat en hij schoof over het bankje. De bovenleidingen bliksemden* tussen de muren, de vonken flitsten op in de etalageruiten. (p 73-74)
Ze rende weg. Edward volgde, eerst over een modderig paadje en daarna door een kleine straat die uitkwam op een straat waar een trambaan doorheen liep. Boven de huizen was de lucht zwart en een bliksemschicht* verlichtte de straat. (p 136)
Jan van Mersbergen De hemelrat. Amsterdam: Cossee, 2005.
update (17.02.2006):
Jan van Mersbergen reageerde op dit artikel in de reactiedoos. Omdat Haloscan elke reactie die ouder is dan 3 maanden opeet, plak ik hem hieronder. Als souvenir. Zulks mag soms.
Hai,
Google helpt inderdaad, om stukjes over mijn boek te vinden op het web. Dat zijn mooie woorden! Over het lispelen: dat komt uit een recensie over mijn debuut. Over de dwaze fouten: ik ben een vreselijk slordige schrijver. Verschillende mensen hebben me al aangeboden drukproeven te controleren. Dank voor het aanbod. Over de bliksem: daar zal ik bij mijn volgende boek ook aan denken.
Jan
>>
peren
>>
16:00
>>
0
reacties
18.12.05
Nieuw en misschien wel de mooiste uit heel de collectie:

(uit: Frans Masereel Geschichte ohne Worte. Insel Bücherei, 1957. prent nr 1.)
>>
peren
>>
03:24
>>
0
reacties
17.12.05
een magere hamster
Steve Davis. Hij kijkt, hij krijt. Hij schrijdt over het blauw en neemt iets meer tijd. Niet omdat hij twijfelt, vergis u niet, niet omdat hij geen oplossingen ziet, maar omdat haast geen zin heeft. Hij kijkt, hij krijt, hij speelt. En iedereen – wij, de tv-kijkers, de mensen in de zaal, Stephen Hendry – weet dat de keuze die hij maakt de best mogelijke is.
Hij kent zijn job. Hij kan het. Hij heeft het in zijn vingers, in zijn achterhoofd, in zijn ogen en zijn arm. Verder is hij ongetwijfeld ook vriendelijk en – maar dat naast het 'veld' natuurlijk – extremely witty. Want meer nog dan zijn techniek, meer nog dan zijn anticipatie, is het zijn natuur, zijn vriendelijke ingetogenheid die charmeert. De rust en competentie die hij uitstraalt maken mij fan. Naast deze man wil ik naar het werk pendelen. Bovendien lijkt hij op een magere hamster.
Zondag speelt Davis de finale van het UK Championship. Hij doet dat in York en hij zal daarbij een strik dragen. Zaterdagavond, straks, speel ik snooker met vriend F. Had ik een strik, ik nam hem mee, ik stak hem in mijn broekzak en zou zijn troost voelen tegen mijn bil.
[Zondag op BBC2 om 16.00u en 21.00u. Op diezelfde BBC2 om 24.20, maar dat is iets anders, ook Extras.]
>>
peren
>>
02:19
>>
0
reacties